Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. kuip:
  2. kuipen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kuip (Nederlands) in het Engels

kuip:

kuip [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de kuip (vat; barrel; ton; )
    the barrel; the bucket; the vat; the vessel; the cask; the pan; the pail; the butt; the hold
    • barrel [the ~] zelfstandig naamwoord
    • bucket [the ~] zelfstandig naamwoord
    • vat [the ~] zelfstandig naamwoord
    • vessel [the ~] zelfstandig naamwoord
    • cask [the ~] zelfstandig naamwoord
    • pan [the ~] zelfstandig naamwoord
    • pail [the ~] zelfstandig naamwoord
    • butt [the ~] zelfstandig naamwoord
    • hold [the ~] zelfstandig naamwoord
    the tub
    – a large open vessel for holding or storing liquids 1
    • tub [the ~] zelfstandig naamwoord
    the drum
    – a bulging cylindrical shape; hollow with flat ends 1
    • drum [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de kuip (waskuip; tobbe)
    the tub
    – a large open vessel for holding or storing liquids 1
    • tub [the ~] zelfstandig naamwoord
    the barrel
    • barrel [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor kuip:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
barrel bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; tobbe; ton; vat; waskuip geweerlade; loop
bucket bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat aker; bucket; grijper; schepemmer; schepper
butt bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat geweerkolf; greep; kolf; peuk; risee; sigaret; stinkstok; uitgedrukte sigaret
cask bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat
drum bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat jerrycan; trom; trommel
hold bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat beetnemen; beetpakken; greep; houdgreep; scheepsruim; vastpakken
pail bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat
pan bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat ijsschol; ijsschots; pan; pannen; panning
tub bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; tobbe; ton; vat; waskuip bad; badkuip
vat bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat
vessel bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; ton; vat boot; scheepje; schip; schuit; schuitje; stoomschip; vaartuig
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
drum de trom roeren; hameren; kloppen met een hamer; roffelen; trommelen
hold aanhouden; arresteren; beethouden; beseffen; doorzien; gevangennemen; handhaven; in de cel zetten; inrekenen; inzien; niet laten gaan; onderkennen; oppakken; opsluiten; realiseren; stand houden; vasthouden; vastzetten; wachten

Verwante woorden van "kuip":


Wiktionary: kuip


Cross Translation:
FromToVia
kuip tub Bottichgroß Gefäß, das oben weit offen ist und Flüssigkeit fassen kann
kuip box; container; bucket; can; case; crate; pot; chest; pail; tin; urn; tub; vat baquet — Petit cuvier de bois qui a les bords assez bas.
kuip bassin; tub; vat bassine — Sorte de bassin large et profond dont on se sert pour y faire chauffer, bouillir, fondre, etc., diverses substances.
kuip tub; vat cuve — Grand récipient de bois ou de maçonnerie dont on se sert ordinairement pour fouler la vendange ou pour y laisser fermenter le vin nouveau avec la grappe, pour faire de la bière et pour divers autres usages.

kuipen:

kuipen werkwoord (kuip, kuipt, kuipte, kuipten, gekuipt)

  1. kuipen (konkelen; intrigeren)
    connive; to scheme
    • connive werkwoord
    • scheme werkwoord (schemes, schemed, scheming)

Conjugations for kuipen:

o.t.t.
  1. kuip
  2. kuipt
  3. kuipt
  4. kuipen
  5. kuipen
  6. kuipen
o.v.t.
  1. kuipte
  2. kuipte
  3. kuipte
  4. kuipten
  5. kuipten
  6. kuipten
v.t.t.
  1. heb gekuipt
  2. hebt gekuipt
  3. heeft gekuipt
  4. hebben gekuipt
  5. hebben gekuipt
  6. hebben gekuipt
v.v.t.
  1. had gekuipt
  2. had gekuipt
  3. had gekuipt
  4. hadden gekuipt
  5. hadden gekuipt
  6. hadden gekuipt
o.t.t.t.
  1. zal kuipen
  2. zult kuipen
  3. zal kuipen
  4. zullen kuipen
  5. zullen kuipen
  6. zullen kuipen
o.v.t.t.
  1. zou kuipen
  2. zou kuipen
  3. zou kuipen
  4. zouden kuipen
  5. zouden kuipen
  6. zouden kuipen
en verder
  1. is gekuipt
  2. zijn gekuipt
diversen
  1. kuip!
  2. kuipt!
  3. gekuipt
  4. kuipend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

kuipen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de kuipen (barrels)
    the tubs
    • tubs [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor kuipen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
scheme doel; doeleinde; inzet; kleurenschema; opzet; plan; planning; schema; stelsel; streven; systeem; toeleg
tubs barrels; kuipen dikzakken
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
connive intrigeren; konkelen; kuipen
scheme intrigeren; konkelen; kuipen

Verwante woorden van "kuipen":