Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. pluis:
  2. pluizen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor pluis (Nederlands) in het Engels

pluis:

pluis [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de pluis (pluche)
    the plush
    • plush [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor pluis:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plush pluche; pluis pluisje
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plush pluche

Verwante woorden van "pluis":


Wiktionary: pluis

pluis
noun
  1. a fine material made by scraping cotton or linen cloth
  2. light fur etc

Cross Translation:
FromToVia
pluis flake; flock floconpetit touffe, amas léger de laine, de soie, etc.

pluis vorm van pluizen:

pluizen werkwoord (pluis, pluist, pluisde, pluisden, gepluisd)

  1. pluizen (vlokken)
    to fluff; to flake
    • fluff werkwoord (fluffs, fluffed, fluffing)
    • flake werkwoord (flakes, flaked, flaking)

Conjugations for pluizen:

o.t.t.
  1. pluis
  2. pluist
  3. pluist
  4. pluizen
  5. pluizen
  6. pluizen
o.v.t.
  1. pluisde
  2. pluisde
  3. pluisde
  4. pluisden
  5. pluisden
  6. pluisden
v.t.t.
  1. heb gepluisd
  2. hebt gepluisd
  3. heeft gepluisd
  4. hebben gepluisd
  5. hebben gepluisd
  6. hebben gepluisd
v.v.t.
  1. had gepluisd
  2. had gepluisd
  3. had gepluisd
  4. hadden gepluisd
  5. hadden gepluisd
  6. hadden gepluisd
o.t.t.t.
  1. zal pluizen
  2. zult pluizen
  3. zal pluizen
  4. zullen pluizen
  5. zullen pluizen
  6. zullen pluizen
o.v.t.t.
  1. zou pluizen
  2. zou pluizen
  3. zou pluizen
  4. zouden pluizen
  5. zouden pluizen
  6. zouden pluizen
diversen
  1. pluis!
  2. pluist!
  3. gepluisd
  4. pluizend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor pluizen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flake dotje; schilfer; spaander; vlok
fluff pluisje
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flake pluizen; vlokken afbladderen; afschilferen; schilferen
fluff pluizen; vlokken

Verwante woorden van "pluizen":


Wiktionary: pluizen

pluizen
verb
  1. to make fluffy
  2. to become fluffy

Verwante vertalingen van pluis