Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. prevelen:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor prevelen (Nederlands) in het Engels

prevelen:

prevelen werkwoord (prevel, prevelt, prevelde, prevelden, gepreveld)

  1. prevelen (mompelen)
    to mumble; to mutter
    – talk indistinctly; usually in a low voice 1
    • mumble werkwoord (mumbles, mumbled, mumbling)
    • mutter werkwoord (mutters, muttered, muttering)
    to murmur
    – speak softly or indistinctly 1
    • murmur werkwoord (murmurs, murmured, murmuring)
      • She murmured softly to the baby in her arms1

Conjugations for prevelen:

o.t.t.
  1. prevel
  2. prevelt
  3. prevelt
  4. prevelen
  5. prevelen
  6. prevelen
o.v.t.
  1. prevelde
  2. prevelde
  3. prevelde
  4. prevelden
  5. prevelden
  6. prevelden
v.t.t.
  1. heb gepreveld
  2. hebt gepreveld
  3. heeft gepreveld
  4. hebben gepreveld
  5. hebben gepreveld
  6. hebben gepreveld
v.v.t.
  1. had gepreveld
  2. had gepreveld
  3. had gepreveld
  4. hadden gepreveld
  5. hadden gepreveld
  6. hadden gepreveld
o.t.t.t.
  1. zal prevelen
  2. zult prevelen
  3. zal prevelen
  4. zullen prevelen
  5. zullen prevelen
  6. zullen prevelen
o.v.t.t.
  1. zou prevelen
  2. zou prevelen
  3. zou prevelen
  4. zouden prevelen
  5. zouden prevelen
  6. zouden prevelen
diversen
  1. prevel!
  2. prevelt!
  3. gepreveld
  4. prevelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor prevelen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
murmur geruis; hartgeruis
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mumble mompelen; prevelen mompelen; murmelen; murmeren; protesteren; sputteren; tegenpruttelen; tegensputteren
murmur mompelen; prevelen ruisen
mutter mompelen; prevelen protesteren; sputteren; tegenpruttelen; tegensputteren