Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. tandpijn:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor tandpijn (Nederlands) in het Engels

tandpijn:

tandpijn [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de tandpijn (kiespijn)
    the toothache

Vertaal Matrix voor tandpijn:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
toothache kiespijn; tandpijn

Wiktionary: tandpijn

tandpijn
noun
  1. pijn in één of meerdere tanden
tandpijn
noun
  1. ache in a tooth

Cross Translation:
FromToVia
tandpijn odontalgia; toothache odontalgie — médecine|fr douleur des dents.