Nederlands

Uitgebreide vertaling voor uitgelezen (Nederlands) in het Engels

uitgelezen:

uitgelezen bijvoeglijk naamwoord

  1. uitgelezen (heel mooi)
    exquisite; very pretty; dainty; superior; elite; choice; select
  2. uitgelezen (voortreffelijk; subliem; superbe; )
    excellent; sublime; first-rate; superb; perfect; terrific; tiptop; great; choice

Vertaal Matrix voor uitgelezen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
choice keus; keuze; keuzemogelijkheid; optie; selectie; smaak; uitverkiezing; uitverkoring; verkiezing; voorkeur; voorliefde
elite elite; keur
exquisite beste; uitgelezene
superior baas; chef; hoofd; voorman; werkbaas
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
perfect afmaken; bijschaven; completeren; perfectioneren; vervolledigen; vervolmaken; volledig maken; voltooien
select kiezen; ordenen; rangeren; schiften; selecteren; selectie toepassen; sorteren; uitkiezen; uitloten; uitpikken; uitverkiezen; uitzoeken; verkiezen; ziften
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
choice briljant; excellent; heel mooi; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk
dainty heel mooi; uitgelezen elegant; gracieus; sierlijk
elite heel mooi; uitgelezen
excellent briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk fantastisch; fenomenaal; geweldig; groots; heerlijk; hoogwaardig; ideaal; ingoed; kostelijk; opperbest; patent; perfect; prima; puik; uitmuntend; uitstekend; van goede kwaliteit; volmaakt; voortreffelijk
exquisite heel mooi; uitgelezen apart; bijzonder; enig; enig in zijn soort; glorierijk; heerlijk; hemels; kostelijk; lekker; luisterrijk; lustrijk; magnifiek; onvergelijkbaar; onvergelijkelijk; overheerlijk; prachtig; reuzelekker; riant; schitterend; smakelijk; uniek; verrukkelijk; zalig
great briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk aanmerkelijk; aanzienlijk; beduidend; behoorlijk; betoverend; dolletjes; enig; enorm; fantastisch; fenomenaal; figuurlijk; flink; fors; geschikt; geweldig; groot; groots; grootschalig; grote; hooggespannen; kiplekker; luisterrijk; magnifiek; mieters; prachtig; prima; puik; reuze; schitterend; tof
perfect briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk correct; degelijk; diepgaand; diepgravend; eersteklas; eersterangs; foutloos; gaaf; grondig; helemaal; hoogwaardig; ideaal; keurig; niet oppervlakkig; onaangetast; onberispelijk; onbesproken; patent; perfect; perfekt; prima; puntgaaf; top; tot de beste klasse behorend; totaal; uitmuntend; uitstekend; van goede kwaliteit; volkomen; volleerd; volmaakt; voortreffelijk
select heel mooi; uitgelezen dierbaar; favoriete; geselecteerd; lievelings; select; toegenegen; verkoren
sublime briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk edel; hoogstaand; verheven
superb briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk heerlijk; hoogwaardig; ideaal; kostelijk; patent; perfect; prima; uitmuntend; uitstekend; van goede kwaliteit; volmaakt; voortreffelijk
superior heel mooi; uitgelezen aanmatigend; arrogant; hautain; hooghartig; hoogmoedig; hovaardig; neerbuigend; superieur; uit de hoogte; verwaand; zelfgenoegzaam; zelfingenomen
terrific briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk fabelachtig; fantastisch; fenomenaal; gaaf; geweldig; groots; krankzinnig; puik; reuze; te gek; waanzinnig; wijs
tiptop briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk hoogwaardig; ideaal; patent; perfect; prima; uitmuntend; uitstekend; van goede kwaliteit; volmaakt; voortreffelijk
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
first-rate briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk eersteklas; eersterangs; fantastisch; fenomenaal; gelikt; geweldig; groots; hoogwaardig; ideaal; patent; perfect; picobello; piekfijn; prima; puik; tiptop; top; tot de beste klasse behorend; uitmuntend; uitstekend; van goede kwaliteit; volmaakt; voortreffelijk
very pretty heel mooi; uitgelezen

Verwante woorden van "uitgelezen":


Wiktionary: uitgelezen

uitgelezen
adjective
  1. especially good or preferred

uitgelezen vorm van uitlezen:

uitlezen werkwoord (lees uit, leest uit, las uit, lazen uit, uitgelezen)

  1. uitlezen (aflezen)
    to read out
    • read out werkwoord (reads out, read out, reading out)

Conjugations for uitlezen:

o.t.t.
  1. lees uit
  2. leest uit
  3. leest uit
  4. lezen uit
  5. lezen uit
  6. lezen uit
o.v.t.
  1. las uit
  2. las uit
  3. las uit
  4. lazen uit
  5. lazen uit
  6. lazen uit
v.t.t.
  1. heb uitgelezen
  2. hebt uitgelezen
  3. heeft uitgelezen
  4. hebben uitgelezen
  5. hebben uitgelezen
  6. hebben uitgelezen
v.v.t.
  1. had uitgelezen
  2. had uitgelezen
  3. had uitgelezen
  4. hadden uitgelezen
  5. hadden uitgelezen
  6. hadden uitgelezen
o.t.t.t.
  1. zal uitlezen
  2. zult uitlezen
  3. zal uitlezen
  4. zullen uitlezen
  5. zullen uitlezen
  6. zullen uitlezen
o.v.t.t.
  1. zou uitlezen
  2. zou uitlezen
  3. zou uitlezen
  4. zouden uitlezen
  5. zouden uitlezen
  6. zouden uitlezen
en verder
  1. ben uitgelezen
  2. bent uitgelezen
  3. is uitgelezen
  4. zijn uitgelezen
  5. zijn uitgelezen
  6. zijn uitgelezen
diversen
  1. lees uit!
  2. leest uit!
  3. uitgelezen
  4. uitlezend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor uitlezen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
read out aflezen; uitlezen

Wiktionary: uitlezen


Cross Translation:
FromToVia
uitlezen adopt; accept; receive; accredit; admit; assume; espouse; strike; choose; elect; pick out adopterchoisir quelqu’un pour fils ou pour fille et lui en donner les droits civils en remplir certaines conditions prescrire par la loi.
uitlezen choose; elect; pick out; opt choisir — Action de faire un choix ; prendre une personne ou une chose de préférence à une autre ou à plusieurs autres.
uitlezen designate; appoint; denote; mark; motion; show; indicate; point out; demonstrate; display; manifest; suggest; connote; choose; elect; pick out; opt désigner — Traduction à trier
uitlezen opt; choose; elect; pick out; pick opter — Choisir entre deux ou plusieurs choses qu’on ne peut avoir ensemble, entre deux ou plusieurs partis pour l’un desquels il faut se déterminer.