Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. veroorloofd:
  2. veroorloven:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor veroorloofd (Nederlands) in het Engels

veroorloofd:

veroorloofd bijvoeglijk naamwoord

  1. veroorloofd (gepermitteerd; toegestaan; toegelaten; geoorloofd)
    allowable; permitted; accepted; tolerated; admissible; permissible; tolerable; afforded

Vertaal Matrix voor veroorloofd:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
accepted geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd aangenomen; aanvaard; accoord; binnengehaald; geaccepteerd; gedoogd; goedgekeurd; ingehaald; toegelaten
admissible geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd
allowable geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd duldbaar; gedoogbaar; toelaatbaar; tolereerbaar; verdraaglijk
permissible geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd
tolerable geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd behoorlijke; draaglijk; duldbaar; gedoogbaar; hebbelijk; redelijke; tamelijke; te verdragen; toelaatbaar; tolerabel; tolereerbaar; verdraaglijk
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afforded geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd
permitted geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd gedoogd; toegelaten
tolerated geoorloofd; gepermitteerd; toegelaten; toegestaan; veroorloofd gedoogd; gedoogde; gedulde; getolereerde; toegelaten; verduurde

veroorloofd vorm van veroorloven:

veroorloven werkwoord (veroorloof, veroorlooft, veroorloofde, veroorloofden, veroorloofd)

  1. veroorloven (permitteren)
    to permit; to allow
    • permit werkwoord (permits, permitted, permitting)
    • allow werkwoord (allows, allowed, allowing)

Conjugations for veroorloven:

o.t.t.
  1. veroorloof
  2. veroorlooft
  3. veroorlooft
  4. veroorloven
  5. veroorloven
  6. veroorloven
o.v.t.
  1. veroorloofde
  2. veroorloofde
  3. veroorloofde
  4. veroorloofden
  5. veroorloofden
  6. veroorloofden
v.t.t.
  1. heb veroorloofd
  2. hebt veroorloofd
  3. heeft veroorloofd
  4. hebben veroorloofd
  5. hebben veroorloofd
  6. hebben veroorloofd
v.v.t.
  1. had veroorloofd
  2. had veroorloofd
  3. had veroorloofd
  4. hadden veroorloofd
  5. hadden veroorloofd
  6. hadden veroorloofd
o.t.t.t.
  1. zal veroorloven
  2. zult veroorloven
  3. zal veroorloven
  4. zullen veroorloven
  5. zullen veroorloven
  6. zullen veroorloven
o.v.t.t.
  1. zou veroorloven
  2. zou veroorloven
  3. zou veroorloven
  4. zouden veroorloven
  5. zouden veroorloven
  6. zouden veroorloven
diversen
  1. veroorloof!
  2. veroorlooft!
  3. veroorloofd
  4. veroorlovend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor veroorloven:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
permit entreebiljet; geleidebiljet; geleidebrief; kaart; kaartje; licentie; pas; pasje; paspoort; plaatsbewijs; ticket; toegangsbewijs; vergunning; vrijbrief; vrijgeleide
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
allow permitteren; veroorloven akkoord gaan; autoriseren; dulden; duren; fiatteren; goed vinden; goedkeuren; goedvinden; gunnen; gunst verlenen; instemmen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; toestemming verlenen; vergunnen
permit permitteren; veroorloven akkoord gaan; autoriseren; dulden; duren; fiatteren; goed vinden; goedkeuren; goedvinden; gunnen; in staat stellen; instemmen; inwilligen; laten; mogelijk maken; permitteren; toekennen; toelaten; toestaan; toestemmen; toestemming verlenen; vergunnen; verlenen

Wiktionary: veroorloven

veroorloven
verb
  1. in staat zijn een bepaalde luxe te genieten

Cross Translation:
FromToVia
veroorloven allow; permit; accord; admit; let permettre — Donner liberté, pouvoir de faire, de dire. (Sens général).