Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. deugdelijk:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor deugdelijk (Nederlands) in het Spaans

deugdelijk:

deugdelijk bijvoeglijk naamwoord

  1. deugdelijk (betrouwbaar; degelijk)
    sólido; detenidamente; honesto; detenido; seriamente
  2. deugdelijk (van goede hoedanigheid; gedegen; degelijk)
    detenido; detenidamente; honesto; concienzudo
  3. deugdelijk (probaat; beproefd)
    eficaz; seguro; probado; ensayado; examinado

Vertaal Matrix voor deugdelijk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
detenido arrestant; gedetineerde; gevangene; geïnterneerde
honesto eerlijke; rechtschapene
seguro assurantie; verzekering
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
eficaz beproefd; deugdelijk; probaat daadkrachtig; doelmatig; doeltreffend; dynamisch; economisch; effectief; efficiënt; energiek; krachtig; met een krachtige uitwerking; spaarzaam; zuinig; zuinigjes
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
concienzudo degelijk; deugdelijk; gedegen; van goede hoedanigheid accuraat; conscientieus; gedetailleerd; grondig; klemmend; met grote juistheid; met klem; met nadruk; met zorg; minutieus; nadrukkelijk; nauwgezet; nauwkeurig; net; precies; secuur; stipt; uitdrukkelijk; zorgvuldig
detenidamente betrouwbaar; degelijk; deugdelijk; gedegen; van goede hoedanigheid absoluut; grondig; helemaal; in het geheel; totaal; volkomen
detenido betrouwbaar; degelijk; deugdelijk; gedegen; van goede hoedanigheid gearresteerd; gevangen; gevangen genomen; geïnterneerd; opgesloten; vastgezet
ensayado beproefd; deugdelijk; probaat getest; uitgeprobeerd
examinado beproefd; deugdelijk; probaat getest; geëxamineerd; uitgeprobeerd
honesto betrouwbaar; degelijk; deugdelijk; gedegen; van goede hoedanigheid betamelijk; braaf; braafjes; degelijke; deugdzaam; echt; eerbaar; eerlijk; eerzaam; fair; fatsoenlijk; fideel; geschikt; in hart en nieren; integer; keurig; kies; kuis; net; netjes; onbesproken; ongeveinsd; onkreukbaar; open; openhartig; oprecht; ordentelijk; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig; rein; respectabel; rondborstig; schoon; tof; trouwhartig; welgevoeglijk; welvoeglijk; zedig
probado beproefd; deugdelijk; probaat getest; geëxamineerd; opperbest; uitgeprobeerd
seguro beproefd; deugdelijk; probaat absoluut; bedrijfszeker; beslist; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; risicoloos; ronduit; stellig; vast en zeker; veilig; vertrouwend; vertrouwende; voorwaar; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
seriamente betrouwbaar; degelijk; deugdelijk degelijke
sólido betrouwbaar; degelijk; deugdelijk behorende tot de harde kern; blijvend; corpulent; degelijk; degelijke; dik; doortimmerd; doorwrocht; duurzaam; duurzame; fors; gezet; hecht; lijvig; massief; niet hol; potig; robuust; solide; stevig; struis; van de harde kern; zwaar; zwaargebouwd; zwaarlijvig

Verwante woorden van "deugdelijk":


Wiktionary: deugdelijk


Cross Translation:
FromToVia
deugdelijk adecuado adequate — equal to some requirement
deugdelijk conveniente; preciso proper — following the established standards of behavior or manners
deugdelijk sólido solide — physique|fr Qui a de la consistance.