Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. doek:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor doek (Nederlands) in het Spaans

doek:

doek [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de doek (lap)
    – lap stof 1
    el paño; el trapo; el telón; la tela; el lapón; el corte de tela
    • paño [el ~] zelfstandig naamwoord
    • trapo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • telón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tela [la ~] zelfstandig naamwoord
    • lapón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • corte de tela [el ~] zelfstandig naamwoord

doek [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het doek (schilderij; tableau; schildering; schilderstuk)
    – schilderstuk 1
    la pintura; el lienzo
    • pintura [la ~] zelfstandig naamwoord
    • lienzo [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor doek:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
corte de tela doek; lap lap; stuk stof
lapón doek; lap lapje
lienzo doek; schilderij; schildering; schilderstuk; tableau linnen; schilderijdoek
paño doek; lap lapje
pintura doek; schilderij; schildering; schilderstuk; tableau het verven; lakkerij; levendige beschrijving; schilderen; schildering; schilderkunst; schilderwerk; verf; verven
tela doek; lap beddenlaken; goed; kledingmateriaal; laken; lakens; lap; linnen; spint; stuk stof; textiel; textielwaren; weefsel; weefsel anatomie
telón doek; lap draperie; geplooide stof; gordijn; voorhang; voorhangsel
trapo doek; lap lapje
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lapón Laplands

Verwante woorden van "doek":


Verwante definities voor "doek":

  1. lap stof1
    • met een doek maak ik de tafel schoon1
  2. schilderstuk1
    • dit is een kostbaar doek van Van Gogh1

Wiktionary: doek

doek
noun
  1. een lap
  2. weefsel
  3. doek/schilderij
  4. gordijn
  5. projectiescherm

Cross Translation:
FromToVia
doek lienzo; tela canvas — a piece of canvas cloth on which one may paint
doek tela cloth — woven fabric
doek cortina; telón curtain — piece of cloth in a theater
doek lino linen — material
doek lienzo; paño; trapo; trozo lingetissu de fil ou de coton servir à l’usage du corps ou à des emplois domestiques.
doek lienzo; tela toiletissu de fils de lin, de chanvre, de coton, etc.