Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gevormd (Nederlands) in het Spaans

gevormd:

gevormd bijvoeglijk naamwoord

  1. gevormd
    formado; constituido; modelado

Vertaal Matrix voor gevormd:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
constituido gevormd gefundeerd; gegrond; gesticht; opgericht
formado gevormd
modelado gevormd

gevormd vorm van vormen:

vormen werkwoord (vorm, vormt, vormde, vormden, gevormd)

  1. vormen (vorm geven; modelleren; boetseren)
    formar; modelar; elaborar; dar forma
  2. vormen (vervaardigen; kneden; modelleren; maken)
    formar; constituir; amasar; macerar; masajear; dar forma; dar masajes; modelar
  3. vormen (opvoeden; grootbrengen)
    criar; educar
  4. vormen (gestalte geven; vorm geven aan)
    dar forma; dar cuerpo

Conjugations for vormen:

o.t.t.
  1. vorm
  2. vormt
  3. vormt
  4. vormen
  5. vormen
  6. vormen
o.v.t.
  1. vormde
  2. vormde
  3. vormde
  4. vormden
  5. vormden
  6. vormden
v.t.t.
  1. heb gevormd
  2. hebt gevormd
  3. heeft gevormd
  4. hebben gevormd
  5. hebben gevormd
  6. hebben gevormd
v.v.t.
  1. had gevormd
  2. had gevormd
  3. had gevormd
  4. hadden gevormd
  5. hadden gevormd
  6. hadden gevormd
o.t.t.t.
  1. zal vormen
  2. zult vormen
  3. zal vormen
  4. zullen vormen
  5. zullen vormen
  6. zullen vormen
o.v.t.t.
  1. zou vormen
  2. zou vormen
  3. zou vormen
  4. zouden vormen
  5. zouden vormen
  6. zouden vormen
diversen
  1. vorm!
  2. vormt!
  3. gevormd
  4. vormend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

vormen [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het vormen (beschaven; cultiveren; ontwikkelen)
    el civilizar; el desarrollar; el cultivar

Vertaal Matrix voor vormen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
civilizar beschaven; cultiveren; ontwikkelen; vormen
cultivar beschaven; cultiveren; ontwikkelen; vormen
desarrollar beschaven; cultiveren; ontwikkelen; vormen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
amasar kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
civilizar beschaven; civiliseren; cultiveren; ontwikkelen
constituir kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen inrichten; installeren; instellen; invoeren; oprichten; stichten
criar grootbrengen; opvoeden; vormen aankweken; aanplanten; borstvoeding geven; de borst geven; een baby zogen; fokken; genereren; kweken; opkweken; planten; procreëren; telen; verbouwen; voortbrengen; zogen
cultivar aankweken; aanplanten; bebouwen; broeden; fokken; genereren; geschikt maken voor bebouwing; kweken; ontginnen; ontwikkelen; opkweken; planten; procreëren; telen; tot ontwikkeling brengen; uitbroeden; verbouwen; voortbrengen; warmhouden
dar cuerpo gestalte geven; vorm geven aan; vormen
dar forma boetseren; gestalte geven; kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vorm geven; vorm geven aan; vormen vormgeven
dar masajes kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen inmasseren; masseren
desarrollar afwisselen; bewerkstelligen; geschikt maken voor bebouwing; graven; herzien; in het leven roepen; maken; ontginnen; ontplooien; ontwikkelen; opbloeien; opdelven; opfleuren; opgraven; realiseren; scheppen; tot bloei komen; tot ontwikkeling brengen; tot volle wasdom komen; uiteenvouwen; veranderen; verwerkelijken; verwezenlijken; verwisselen; wijzigen
educar grootbrengen; opvoeden; vormen bijbrengen; doceren; inlichten; leren; lesgeven; onderrichten; onderwijzen; ontwikkelen; opleiden; scholen; tot ontwikkeling brengen; voorlichten
elaborar boetseren; modelleren; vorm geven; vormen afbakenen; afpalen; afwisselen; afzetten; begrenzen; behandelen; fabriceren; herzien; maken; omlijnen; ontplooien; ontwikkelen; produceren; tot ontwikkeling brengen; tot wasdom komen; uitstippelen; uitzetten; veranderen; vervaardigen; verwisselen; verzorgen; voortbrengen; wijzigen
formar boetseren; kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vorm geven; vormen aanstellen; afketsen; afstemmen; afwijzen; arrangeren; benoemen; bijbrengen; formeren; iets op touw zetten; in het leven roepen; initiëren; installeren; instellen; leren; maken; onderwijzen; op gang brengen; opleiden; regelen; scheppen; scholen; terugwijzen; verweren; verwerpen; vormgeven; wegstemmen
macerar kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
masajear kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen inmasseren; masseren
modelar boetseren; kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vorm geven; vormen vormgeven

Verwante woorden van "vormen":


Verwante definities voor "vormen":

  1. de gedaante ervan hebben1
    • deze straten vormen een kruis1
  2. het maken1
    • hij vormt een beeld uit klei1
  3. het zijn1
    • deze rivier vormt de grens tussen de twee landen1
  4. opvoeden, zijn persoonlijkheid ontwikkelen1
    • op school probeert men de jeugd te vormen1

Wiktionary: vormen

vormen
verb
  1. in de juiste vorm brengen

Cross Translation:
FromToVia
vormen formar form — to give shape
vormen tallar hew — to shape; to form
vormen hacer make — to constitute
vormen moldear; modelar; formar mold — To shape in or on a mold
vormen elaborar; formar gestalten — einem Gegenstand oder Prozess eine Form oder ein Konzept geben
vormen confirmar confirmer — Faire persister quelqu’un dans une opinion, dans une résolution, l’affermir dans cette opinion, dans cette résolution.
vormen constituir constituerconcourir, avec d’autres éléments, à former une chose en un tout ou l’essence d’une chose.
vormen formar; configurar formercréer en donnant l’être et la forme.

Verwante vertalingen van gevormd