Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. grandeur:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor grandeur (Nederlands) in het Spaans

grandeur:

grandeur [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de grandeur (indrukwekkendheid; grootsheid)
    la grandeza; la impresionabilidad

Vertaal Matrix voor grandeur:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grandeza grandeur; grootsheid; indrukwekkendheid grootschaligheid; luxe; overvloed; pracht; weelde; weelderigheid
impresionabilidad grandeur; grootsheid; indrukwekkendheid kleinzerigheid