Nederlands

Uitgebreide vertaling voor matigen (Nederlands) in het Spaans

matigen:

matigen werkwoord (matig, matigt, matigde, matigden, gematigd)

  1. matigen (beheersen; bedwingen; beteugelen; bedaren; intomen)
    dominar; reprimir; controlar; refrenar
  2. matigen (geld besparen; besparen; minder gebruiken)
  3. matigen (met mate gebruiken)
    moderar
  4. matigen (bezuinigen; besparen; korten)
    economizar; ahorrar
  5. matigen (minder gebruiken; besparen)
  6. matigen (zich matigen; dempen; temperen)
    terraplenar; templar; aflojar; calmar; calmarse; tranquilizarse

Conjugations for matigen:

o.t.t.
  1. matig
  2. matigt
  3. matigt
  4. matigen
  5. matigen
  6. matigen
o.v.t.
  1. matigde
  2. matigde
  3. matigde
  4. matigden
  5. matigden
  6. matigden
v.t.t.
  1. heb gematigd
  2. hebt gematigd
  3. heeft gematigd
  4. hebben gematigd
  5. hebben gematigd
  6. hebben gematigd
v.v.t.
  1. had gematigd
  2. had gematigd
  3. had gematigd
  4. hadden gematigd
  5. hadden gematigd
  6. hadden gematigd
o.t.t.t.
  1. zal matigen
  2. zult matigen
  3. zal matigen
  4. zullen matigen
  5. zullen matigen
  6. zullen matigen
o.v.t.t.
  1. zou matigen
  2. zou matigen
  3. zou matigen
  4. zouden matigen
  5. zouden matigen
  6. zouden matigen
en verder
  1. ben gematigd
  2. bent gematigd
  3. is gematigd
  4. zijn gematigd
  5. zijn gematigd
  6. zijn gematigd
diversen
  1. matig!
  2. matigt!
  3. gematigd
  4. matigend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor matigen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
controlar controleren
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aflojar dempen; matigen; temperen; zich matigen aanlengen; afmatten; moe maken; ophoesten; slopen; terugdraaien; terugschroeven; uitputten; verdunnen; verflauwen; vermoeien; verslappen; versnijden; verwateren; voor de dag komen met; vrijaf geven; vrijgeven
ahorrar besparen; bezuinigen; korten; matigen; minder gebruiken achteruitgaan; afnemen; bijeenzamelen; declineren; doneren; geven; gunnen; gunst verlenen; minder worden; op bankrekening zetten; opeenhopen; oppotten; opsparen; schenken; sparen; vergaren; verzamelen
calmar dempen; matigen; temperen; zich matigen bedaren; geruststellen; kalmeren; sussen; tot kalmte manen
calmarse dempen; matigen; temperen; zich matigen bekoelen; kalm worden; luwen; rustig worden; tot bedaren komen; uitwoeden; verflauwen; wegsterven
controlar bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; intomen; matigen beheersen; bekijken; beproeven; beteugelen; bewaken; bezichtigen; controleren; doorvorsen; in de gaten houden; in het oog houden; inspecteren; intomen; keuren; leerstof beheersen; nagaan; nakijken; naspeuren; nasporen; onder de knie hebben; onderzoeken; opletten; surveilleren; testen; toezicht houden; toezien
dominar bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; intomen; matigen beheersen; beteugelen; bijsluiten; bijvoegen; de overhand hebben; domineren; gezaghebben; heerschappij voeren; heersen; heersen over; insluiten; intomen; leerstof beheersen; macht uitoefenen; machtiger zijn; omvatten; onder de knie hebben; onderwerpen; overheersen; regeren; temmen; toevoegen; verderreiken
economizar besparen; bezuinigen; geld besparen; korten; matigen; minder gebruiken beknibbelen; knibbelen; knijpen; op bankrekening zetten; schrapen; sparen; zuinig zijn
gastar menos besparen; matigen; minder gebruiken
moderar matigen; met mate gebruiken temperen; terugdraaien; terugschroeven
reducir los gastos besparen; matigen; minder gebruiken
refrenar bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; intomen; matigen afremmen; bedwingen; beheersen; beteugelen; in bedwang houden; intomen; remmen
reprimir bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; intomen; matigen bedwingen; beteugelen; de kop indrukken; eronder krijgen; iemand van de plaats dringen; in bedwang houden; klein krijgen; onderdrukken; verdringen
templar dempen; matigen; temperen; zich matigen lenigen; uitgloeien; verlichten; vervriendelijken; verzachten; zich warmen
terraplenar dempen; matigen; temperen; zich matigen dichtgooien; dichtslaan; dichtwerpen
tranquilizarse dempen; matigen; temperen; zich matigen bekoelen; luwen; tot bedaren komen; uitwoeden; verflauwen; wegsterven

Wiktionary: matigen

matigen
verb
  1. minder uitbundig of extreem optreden

Cross Translation:
FromToVia
matigen moderar moderate — to reduce the excessiveness
matigen templar temper — to moderate or control
matigen ralentizar; lentificar ralentir — transitif|fr diminuer la vitesse.

Verwante vertalingen van matigen