Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. missen:
  2. mis:
  3. Wiktionary:
  4. Gebruikers suggesties voor missen:
    • echar de menos, carecer


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor missen (Nederlands) in het Spaans

missen:

missen werkwoord (mis, mist, miste, misten, gemist)

  1. missen (vermissen)
  2. missen (iets mislopen; mislopen)

Conjugations for missen:

o.t.t.
  1. mis
  2. mist
  3. mist
  4. missen
  5. missen
  6. missen
o.v.t.
  1. miste
  2. miste
  3. miste
  4. misten
  5. misten
  6. misten
v.t.t.
  1. heb gemist
  2. hebt gemist
  3. heeft gemist
  4. hebben gemist
  5. hebben gemist
  6. hebben gemist
v.v.t.
  1. had gemist
  2. had gemist
  3. had gemist
  4. hadden gemist
  5. hadden gemist
  6. hadden gemist
o.t.t.t.
  1. zal missen
  2. zult missen
  3. zal missen
  4. zullen missen
  5. zullen missen
  6. zullen missen
o.v.t.t.
  1. zou missen
  2. zou missen
  3. zou missen
  4. zouden missen
  5. zouden missen
  6. zouden missen
diversen
  1. mis!
  2. mist!
  3. gemist
  4. missend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor missen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
desaparecer afsterven; tenietgaan; uitvallen; wegvallen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
desaparecer missen; vermissen aanrekenen; aanwrijven; achteruitgaan; afnemen; bezwijken; declineren; doodgaan; doorleven; doorstaan; heengaan; iemand iets verwijten; inslapen; kwalijk nemen; minder worden; omkomen; overlijden; sneuvelen; sterven; vallen; verdragen; verduren; verdwijnen; verhuizen; verkassen; verteren; wegvallen
pasar por alto iets mislopen; mislopen; missen achterhouden; over het hoofd zien; overheen springen; overslaan; overspringen; verhelen; verzwijgen; voorbijzien; weglaten
perderse iets mislopen; mislopen; missen afgaan; de weg kwijtraken; erbij inschieten; falen; floppen; in de puree lopen; kwijt raken; kwijtraken; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; teloorgaan; verdwalen; verkeerd gaan; verkeerd lopen; verliezen; verloren gaan; wegraken; zoek raken; zoekraken

Verwante woorden van "missen":


Antoniemen van "missen":


Verwante definities voor "missen":

  1. het niet halen of raken1
    • ik heb de trein gemist1
  2. het niet langer hebben1
    • ik mis mijn portemonnee1
  3. voelen dat hij er niet is1
    • mijn vader is op vakantie, ik mis hem wel1

Wiktionary: missen

missen
verb
  1. niet raken, niet treffen

Cross Translation:
FromToVia
missen carecer; faltar lack — be without, need, require
missen errar miss — to fail to hit
missen extrañar; echar de menos miss — to feel the absence of someone or something
missen perder miss — to be late for something
missen echar; menos entbehren — K|trans.|gehoben das Nichtvorhandensein einer Person beziehungsweise einer Sache als persönlichen Mangel empfindend erdulden müssen
missen carecer; faltar; perder; haber de menos manquer — (vieilli) faillir, tomber en faute.
missen perder rater — Ne pas partir, en parlant d’une arme à feu. (Sens général).

mis:

mis [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de mis (dienst; kerkviering)
    el empleo; la misa; la ayuda
    • empleo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • misa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • ayuda [la ~] zelfstandig naamwoord

mis bijvoeglijk naamwoord

  1. mis (onjuist; verkeerd; foutief; )
    falso; incorrecto; travieso; equivocado; erróneo; equivocadamente; impropio; inexacto

Vertaal Matrix voor mis:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ayuda dienst; kerkviering; mis assistent; assistentie; bediening; bijstand; dienstbetoon; dienstverlening; handreiking; helper; hulp; hulpbetoon; hulpje; hulpjes; hulpverlening; knecht; leniging; loopjongens; maatschappelijke hulpverlening; medewerking; ondersteuning; poetsvrouw; schoonmaakster; schoor; schraag; secondant; service; sociale bijstand; steun; support; uitserveren; werkeloosheidsuitkering; werkster
empleo dienst; kerkviering; mis aanwending; ambacht; arbeid; arbeidsplaats; baan; baantje; bezigheid; dienstbetrekking; functie; gebruik; hobby; inspanning; inzet; job; karwei; loonarbeid; loonwerk; positie; taak; toepassing; vak; werk; werkgelegenheid; werkkring; werkplek; werkzaamheid
equivocado verkeerde
falso verkeerde
misa dienst; kerkviering; mis
travieso donderstraal; schoffie; vlegel; vlerk
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
erróneo ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd abusievelijk; mislukt; niet echt; ongepast; onkies; onvertogen; ten onrechte; vals; verkeerd
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
ayuda help; online-Help
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
equivocadamente ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd
equivocado ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd abusievelijk; ongepast; onkies; onvertogen; ten onrechte; verkeerd
falso ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd achterbaks; arglistig; argwaan opwekkend; bedriegelijk; bits; boefachtig; boosaardig; doortrapt; duister; duivelachtig; duivels; gedwongen; gefingeerd; geforceerd; gehaaid; gemaakt; gemaakte gevoelens; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; huichelachtig; in het geniep; kattig; kwaadaardig; kwaadwillig; leep; leugenachtig; link; listig; louche; met slechte intentie; min; nagemaakt; nep; niet echt; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; onbetrouwbaar; onecht; ongebruikt; ongeopend; onguur; onnatuurlijk; onoprecht; onwaar; onwaarachtig; pinnig; schurkachtig; slecht; slinks; sluw; snood; spinnig; stiekem; tweetongig; uitgekookt; vals; verdacht; vervalst
impropio ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd abusievelijk; niet goed vallend; onbehoorlijk; onbetamelijk; oneerbaar; oneigenlijk; onfatsoenlijk; ongehoord; ongepast; onkies; ontaard; onvertogen; onwelvoegelijk; onzedelijk; onzedig; ten onrechte; verkeerd
incorrecto ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd brutaal; hondsbrutaal; niet echt; onaardig; onbehoorlijk; onbetamelijk; onfatsoenlijk; ongehoord; ongepast; onhartelijk; onhebbelijk; onkies; onoorbaar; onpassend; ontoelaatbaar; onverdraagzaam; onvertogen; onvriendelijk; onwelgevoegelijk; onwelvoegelijk; onwelwillend; vals; verkeerd; vrijpostig
inexacto ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd inexact; niet echt; onnauwkeurig; onzorgvuldig; vals
travieso ernaast; fout; foutief; mis; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd baldadig; bengelachtig; guitig; jongensachtig; kwajongensachtig; olijk; ondeugend; roekeloos; schalkachtig; schalks; schelmachtig; schelms; snaaks; spotachtig

Verwante woorden van "mis":


Wiktionary: mis

mis
noun
  1. een godsdienstoefening in de katholieke kerk, een eucharistieviering

Cross Translation:
FromToVia
mis misa Mass — (Roman Catholic Church) the principal liturgical service
mis misa mass — religion: Eucharist
mis misa mass — religion: celebration of the Eucharist
mis incorrecto; falso; equivocado wrong — incorrect
mis misa messe — (christianisme) rite catholique qui commémore la mort de Jésus-Christ, et qui se fait par le ministère du prêtre devant un autel.