Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. naturel:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor naturel (Nederlands) in het Spaans

naturel:

naturel [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de naturel
    el indígena; el nativo; el innato; la nativa
    • indígena [el ~] zelfstandig naamwoord
    • nativo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • innato [el ~] zelfstandig naamwoord
    • nativa [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor naturel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
indígena naturel autochtoon; inboorling; inboorlinge; ingeborene; inlander; oorpronkelijke bewoner
innato naturel
nativa naturel inboorlinge
nativo naturel autochtoon; inboorling; ingeborene; inlander; oerbewoner; oorpronkelijke bewoner
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
nativo autochtoon; binnenlands; inheems; inheemse; inlands; inlandse; nationaal; systeemeigen; vaderlands
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
indígena autochtoon; binnenlands; binnenlandse; inheems; inheemse; inlands; inlandse; nationale
innato aangeboren; eigen; ingeboren; natuurlijk; van nature aanwezig

Verwante woorden van "naturel":

  • naturellen

Wiktionary: naturel

naturel
adjective
  1. natuurlijk, puur, onvermengd, onbewerkt, ongekleurd, cru