Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. obscuur:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor obscuur (Nederlands) in het Spaans

obscuur:

obscuur bijvoeglijk naamwoord

  1. obscuur (donker; verdacht; dubieus; )
    sombrío; oscuro; sospechoso; siniestro; malicioso; lúgubre

Vertaal Matrix voor obscuur:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
malicioso gladjanus; gluiperd
siniestro catastrofe; ramp; schadegeval
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lúgubre donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht aan een ziekte lijdend; afschuwelijk; afstotend voor zintuigen; akelig; angstaanjagend; beangstigend; eng; griezelig; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; lelijk; luguber; macaber; sinister; spookachtig; weerzinwekkend; ziek
malicioso donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht boosaardig; gemeen; giftig; hatelijk; kwaadaardig; malicieus; min; satanisch; slecht; stekelig; vals; venijnig; verraderlijk; vijandig
oscuro donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht beangstigend; donker; duister; eng; grauwkleurig; grijs; louche; melancholische; naargeestig; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; onverlicht; somber; triest; troosteloos; verdacht; wollig; zwaarmoedig
siniestro donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht akelig; angstaanjagend; beangstigend; dreigend; duister; eng; griezelig; huiveringwekkend; louche; luguber; onappetijtelijk; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; onheilspellend; onsmakelijk; sinister; verdacht; walgelijk; wollig
sombrío donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht aan een ziekte lijdend; akelig; bedrukt; beroerd; dreigend; duister; ellendig; eng; gedrukt; grauw; grauwkleurig; griezelig; grijs; helaas; huiveringwekkend; jammer; jammer genoeg; louche; luguber; melancholische; mismoedig; mistroostig; moedeloos; naar; naargeestig; neerslachtig; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; onheilspellend; pessimistisch; sinister; sneu; somber; spijtig; teneergeslagen; terneergeslagen; triest; troosteloos; verdacht; verdrietig; vreugdeloos; wollig; ziek; zwartgallig
sospechoso donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht akelig; bedenkelijk; betwist; dreigend; dubieus; duister; eng; griezelig; huiveringwekkend; kwestieus; leugenachtig; louche; luguber; malafide; omstreden; onappetijtelijk; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; onheilspellend; onsmakelijk; sinister; twijfelachtig; variërend; verdacht; walgelijk; wisselend; wisselvallig; wollig

Verwante woorden van "obscuur":

  • obscure

Wiktionary: obscuur


Cross Translation:
FromToVia
obscuur oscuro obscur — Où il y a peu, où il n’y a pas de lumière.