Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. pril:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor pril (Nederlands) in het Spaans

pril:

pril bijvoeglijk naamwoord

  1. pril (vroeg)
    tierno; fresco

Vertaal Matrix voor pril:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fresco fresco; frisheid; kilte; koelte; kou; koude; ondeugd; zedelijke slechtheid; zonde
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fresco pril; vroeg aanmatigend; fris; frisjes; gekoeld; gemoedereerd; kil; koel; koeltjes; koud en vochtig; koudmakend; losjes; luchthartig; luchtig; nieuw; nieuwbakken; onbedorven; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; respectloos; speels; vers; versgebakken; vlegelachtig
tierno pril; vroeg diep; dun; fijn; fijngebouwd; fijngevoelig; fijnzinnig; gammel; innig; intens; krakkemikkig; lichtgebouwd; liefderijk; liefdevol; liefhebbend; mals; murw; rank; sappig; slank; teerbesnaard; teergevoelig; teerhartig; tenger; wankel; weekhartig; welig; zacht; zacht aanvoelend; zwak

Verwante woorden van "pril":

  • prilst, prilste

Wiktionary: pril


Cross Translation:
FromToVia
pril temprano früh — zeitlich am Anfang liegend, zum Beginn
pril suave zart — wenig robust/widerstandsfähig
pril joven jeune — Qui est dans une phase au commencement de sa vie ou de son développement ; qui n’est guère avancé en âge, en parlant des humains, des animaux ou des végétaux.
pril temprano précoce — Qui est mûr avant la saison, en parlant de certains fruits, de certains légumes qui viennent avant les autres de la même espèce.