Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. stremmen:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor stremmen (Nederlands) in het Spaans

stremmen:

stremmen werkwoord (strem, stremt, stremde, stremden, gestremd)

  1. stremmen (blokkeren)
    bloqear
  2. stremmen (stijf worden)
    cuajarse

Conjugations for stremmen:

o.t.t.
  1. strem
  2. stremt
  3. stremt
  4. stremmen
  5. stremmen
  6. stremmen
o.v.t.
  1. stremde
  2. stremde
  3. stremde
  4. stremden
  5. stremden
  6. stremden
v.t.t.
  1. ben gestremd
  2. bent gestremd
  3. is gestremd
  4. zijn gestremd
  5. zijn gestremd
  6. zijn gestremd
v.v.t.
  1. was gestremd
  2. was gestremd
  3. was gestremd
  4. waren gestremd
  5. waren gestremd
  6. waren gestremd
o.t.t.t.
  1. zal stremmen
  2. zult stremmen
  3. zal stremmen
  4. zullen stremmen
  5. zullen stremmen
  6. zullen stremmen
o.v.t.t.
  1. zou stremmen
  2. zou stremmen
  3. zou stremmen
  4. zouden stremmen
  5. zouden stremmen
  6. zouden stremmen
diversen
  1. strem!
  2. stremt!
  3. gestremd
  4. stremmend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor stremmen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bloqear blokkeren; stremmen
cuajarse stijf worden; stremmen kazen; klonteren; opstijven

Wiktionary: stremmen


Cross Translation:
FromToVia
stremmen cuajar curdle — to form or cause to form curds