Nederlands

Uitgebreide vertaling voor verband (Nederlands) in het Spaans

verband:

verband [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het verband (verbinding; relatie; link; )
    la relación; la conexión; el enlace; el nexo; la línea; la afinidad; el parentesco; la coherencia; el compuesto; la comunicación; la combinación; la similitud; la unión
  2. het verband (onderling verband; link; relatie; )
    el enlace; la relación; la conexión
  3. het verband (zwachteling)
    el vendaje
    • vendaje [el ~] zelfstandig naamwoord
  4. het verband (samenhang; verbinding; correlatie; band; relatie)
    la relación; la coherencia
  5. het verband (verbandgaas)
    la gasa hidrófila; la gasa

Vertaal Matrix voor verband:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afinidad aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding aanverwantschap; affiniteit; lotsverbondenheid; verbondenheid
coherencia aansluiting; band; connectie; correlatie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding
combinación aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding aaneenkoppeling; aaneensluiting; combinatie; join; kleurenschema; koppeling; onderjurk; samenstelling; samenvoegen; schema; verbinding
compuesto aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding aaneenkoppeling; koppeling; verbinding
comunicación aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding aaneenkoppeling; aaneensluiting; aangifte; aankondiging; aansluiting; bekendmaking; bereikbaarheid; bericht; bevestiging; bewering; boodschap; communicatie; connectie; contact; convocatie; declaratie; gewag; het uitspreken; informatie; kennisgeving; koppeling; mededeling; melding; openbare publicatie; opgave; opheldering; publicatie; publikatie; relaas; ruchtbaarheid; statement; tijding; toelichting; uitgave; uitgifte; uiting; uitlegging; uitspraak; verbinding; verklaring; vermelding; verwittiging
conexión aansluiting; band; connectie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding aaneensluiting; aansluiting; connectie; contact; koppeling; lichtplek; lichtpunt; lichtstip; schakeling; verbinding
enlace aansluiting; band; connectie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding aaneenkoppeling; aaneensluiting; aaneenvoeging; aansluiting; affaire; akkoord; alliantie; band; binding; bond; bondgenootschap; broederschap; connectie; contact; draai; federatie; gebondenheid; gegevensbinding; genootschap; het gebonden zijn; kink; knoop; koppeling; kronkel; liaison; liefdesrelatie; liga; lus; lusvormige kromming; pact; relatie; samenvoeging; sociëteit; soos; unie; verbinding; verbond; verdrag; vereniging; verhouding
gasa verband; verbandgaas doorzichtige stof; gaas
gasa hidrófila verband; verbandgaas gaasje; gaasverband
línea aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding gelid; gezichtsrimpel; haal; kras; lijn; lijntje; linie; pennekras; regel; rij; rimpel; schriftlijn; streep; streepje
nexo aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding aaneensluiting; koppeling; verbinding
parentesco aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding aanverwantschap; relatie; verwantschap
relación aansluiting; band; connectie; correlatie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding affaire; akkoord; alliantie; avontuurtje; band; bericht; binding; bond; bondgenootschap; federatie; gebondenheid; het gebonden zijn; liaison; liefdesbetrekking; liefdesrelatie; liga; pact; rapport; referaat; relatie; reportage; slippertje; unie; verbond; verdrag; verhaal; verhouding; verkering; verslag; weergave
similitud aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding analogie; evenbeeld; gelijkaardigheid; gelijkenis; gelijksoortigheid; homogeniteit; monotonie; overeenkomst; relatie; soortgelijkheid; uniformiteit; verwantschap
unión aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding akkoord; alliantie; ambachtsgilde; band; bijeenlegging; binding; bond; bondgenootschap; broederschap; club; coöperatie; federatie; gebondenheid; genootschap; gilde; het gebonden zijn; liga; optelsom; orde; organisatie; pact; samenvoeging; samenwerkingsverband; societiet; sociëteit; soos; unie; vakgenootschap; verbinding; verbindingsstuk; verbond; verdrag; vereniging
vendaje verband; zwachteling relatie; verwantschap; windsel
- betrekking; relatie
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
compuesto gewikkeld in; ingewikkeld; samengesteld

Synoniemen voor "verband":


Verwante definities voor "verband":

  1. waar het mee te maken heeft1
    • wat is het verband tussen huwelijk en geluk?1
  2. contact tussen personen, organisaties, landen1
    • dit is in Europees verband afgesproken1
  3. reep dunnen stof1
    • de verpleegster deed een verband om de gewonde arm1

Wiktionary: verband

verband
noun
  1. een stuk stof om een wond e.d. mee af te dekken

Cross Translation:
FromToVia
verband vendaje; venda bandage — medical binding
verband cabestrillo sling — bandage
verband encuentro; relación; acuerdo; entrada; acceso; aceptación; admisión abord — (vieilli) action d’arriver au bord, de toucher le rivage.
verband aparejo appareil — Architecture, maçonnerie

verbannen:

verbannen werkwoord (verban, verbant, verbande, verbanden, verband)

  1. verbannen (uitbannen; verdrijven; bannen; )
    expulsar; echar; expeler; exiliar; desterrar; ahuyentar

Conjugations for verbannen:

o.t.t.
  1. verban
  2. verbant
  3. verbant
  4. verbannen
  5. verbannen
  6. verbannen
o.v.t.
  1. verbande
  2. verbande
  3. verbande
  4. verbanden
  5. verbanden
  6. verbanden
v.t.t.
  1. heb verband
  2. hebt verband
  3. heeft verband
  4. hebben verband
  5. hebben verband
  6. hebben verband
v.v.t.
  1. had verband
  2. had verband
  3. had verband
  4. hadden verband
  5. hadden verband
  6. hadden verband
o.t.t.t.
  1. zal verbannen
  2. zult verbannen
  3. zal verbannen
  4. zullen verbannen
  5. zullen verbannen
  6. zullen verbannen
o.v.t.t.
  1. zou verbannen
  2. zou verbannen
  3. zou verbannen
  4. zouden verbannen
  5. zouden verbannen
  6. zouden verbannen
diversen
  1. verban!
  2. verbant!
  3. verband
  4. verbannend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor verbannen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
echar weggooien
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ahuyentar bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen afschrikken; bang maken; verschrikken
desterrar bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen
echar bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen afdanken; afscheiden; afvoeren; begeleiden; bijgieten; doneren; ecarteren; geven; gieten; gunnen; gunst verlenen; ingieten; inschenken; intappen; leiden; lozen; meevoeren; ontheffen; ontslaan; opsturen; posten; schenken; serveren; smijten; sturen; tappen; toezenden; uitscheiden; uitstorten; uitstoten; uitsturen; uitwerpen; verhuizen; verkassen; verzenden; voeren; weggooien; wegsmijten; wegsturen; wegzenden
exiliar bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen
expeler bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen uitdrijven
expulsar bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen afnemen; afzonderen; demonteren; deporteren; ecarteren; lichten; ontheffen; ontmantelen; ontslaan; onttakelen; opsturen; posten; sturen; toezenden; uit elkaar halen; uit elkaar nemen; uitdrijven; uiteen nemen; uitsturen; uitwerpen; uitwijzen; uitzetten; verplaatsen; vervreemden; verwijderen; verzenden; wegbrengen; wegdoen; weghalen; wegnemen; wegsturen; wegwerken; wegzenden

Wiktionary: verbannen


Cross Translation:
FromToVia
verbannen expulsar abandon — to cast out
verbannen desterrar; exiliar exile — to send into exile
verbannen relegar relegate — to exile
verbannen banir; exilar; desterrar bannircondamner une personne à sortir d’un pays, à être chasser ou transporter hors d’un territoire, avec défense d’y rentrer.
verbannen desterrar; exilar; exiliar; banir exilerenvoyer en exil.

Verwante vertalingen van verband