Nederlands

Uitgebreide vertaling voor vervoer (Nederlands) in het Spaans

vervoer:

vervoer [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het vervoer (overbrenging; verplaatsing; afvoer; transport; verscheping)
    el transporte

Vertaal Matrix voor vervoer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
transporte afvoer; overbrenging; transport; verplaatsing; verscheping; vervoer overboeking; overmaking; overplaatsing; overschrijving; verruiling

Wiktionary: vervoer

vervoer
noun
  1. overbrenging van zaken van één plaats naar de andere

Cross Translation:
FromToVia
vervoer transporte transport — act of transporting

vervoer vorm van vervoeren:

vervoeren werkwoord (vervoer, vervoert, vervoerde, vervoerden, vervoerd)

  1. vervoeren (iets transporteren)
  2. vervoeren (transporteren)
    transportar; conducir
  3. vervoeren (in vervoering brengen)
    extasiar; arrobar
  4. vervoeren (verplaatsen; disloqueren; verschuiven; )

Conjugations for vervoeren:

o.t.t.
  1. vervoer
  2. vervoert
  3. vervoert
  4. vervoeren
  5. vervoeren
  6. vervoeren
o.v.t.
  1. vervoerde
  2. vervoerde
  3. vervoerde
  4. vervoerden
  5. vervoerden
  6. vervoerden
v.t.t.
  1. heb vervoerd
  2. hebt vervoerd
  3. heeft vervoerd
  4. hebben vervoerd
  5. hebben vervoerd
  6. hebben vervoerd
v.v.t.
  1. had vervoerd
  2. had vervoerd
  3. had vervoerd
  4. hadden vervoerd
  5. hadden vervoerd
  6. hadden vervoerd
o.t.t.t.
  1. zal vervoeren
  2. zult vervoeren
  3. zal vervoeren
  4. zullen vervoeren
  5. zullen vervoeren
  6. zullen vervoeren
o.v.t.t.
  1. zou vervoeren
  2. zou vervoeren
  3. zou vervoeren
  4. zouden vervoeren
  5. zouden vervoeren
  6. zouden vervoeren
diversen
  1. vervoer!
  2. vervoert!
  3. vervoerd
  4. vervoerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor vervoeren:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
conducir autorijden; rijden
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
arrobar in vervoering brengen; vervoeren
cambiar de lugar disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten iets verplaatsen; verleggen
cambiar de sitio disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten converteren; iets verplaatsen; omzetten; verleggen; verwisselen
cambiar la fecha disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten demonteren; ontmantelen; onttakelen; uit elkaar halen; uit elkaar nemen; uiteen nemen
conducir transporteren; vervoeren aan het stuur zitten; aanvoeren; begeleiden; bevel voeren over; commanderen; een paard mennen; karren; leiden; leidinggeven; meevoeren; mennen; rijden; sturen; voeren; zenden
desplazar disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten demonteren; een spier verrekken; iets verplaatsen; ontmantelen; onttakelen; schuiven; uit elkaar halen; uit elkaar nemen; uiteen nemen; verleggen; verplaatsen; verrijden; verschuiven; voortbewegen
extasiar in vervoering brengen; vervoeren
mover disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten beroeren; bewegen; deponeren; duwen; gaan; iets verplaatsen; leggen; lopen; mixen; mobiliseren; neerleggen; neerzetten; omroeren; onderuit halen; ontroeren; opschudden; plaatsen; raken; roeren; stappen; stationeren; treffen; verleggen; voortbewegen; voortduwen; vooruitduwen; wriggelen; wrikken; zetten; zich verplaatsen; zich voortbewegen
transferir disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten anders boeken; delegeren; geld overmaken; gireren; overboeken; overbrengen; overdragen; overhevelen; overplaatsen; overschrijven; overtappen; overzenden; overzetten; per postgiro betalen; standplaats veranderen; transponeren
transportar iets transporteren; transporteren; vervoeren brengen; langs brengen; meebrengen; mobiliseren; toedragen; toevoeren; wegleiden; wegvoeren
trasladar disloqueren; iets transporteren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten brengen; demonteren; langs brengen; meebrengen; ontmantelen; onttakelen; overhevelen; overtappen; overzetten; transponeren; uit elkaar halen; uit elkaar nemen; uiteen nemen; verplaatsen; verrijden; wegleiden; wegvoeren

Synoniemen voor "vervoeren":


Verwante definities voor "vervoeren":

  1. naar een andere plaats brengen1
    • de taxi vervoert de passagiers naar het station1

Wiktionary: vervoeren

vervoeren
verb
  1. personen of objecten naar een andere plek brengen

Cross Translation:
FromToVia
vervoeren encanto oculto; encanto secretivo; encanto engañador beguile — charm, delight
vervoeren transportar transport — carry or bear from one place to another
vervoeren transportar; transferir; trasladar reporter — Traductions à trier suivant le sens
vervoeren transportar; transferir; trasladar transporterporter d’un lieu dans un autre.

Verwante vertalingen van vervoer