Nederlands

Uitgebreide vertaling voor zaak (Nederlands) in het Spaans

zaak:

zaak [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de zaak (aangelegenheid; geval; kwestie; affaire)
    la cosa; el asunto; la cuestión
    • cosa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • asunto [el ~] zelfstandig naamwoord
    • cuestión [la ~] zelfstandig naamwoord
  2. de zaak (voorwerp; goed; artikel; )
    la cosa; el artículo; el bien; el objeto
    • cosa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • artículo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • bien [el ~] zelfstandig naamwoord
    • objeto [el ~] zelfstandig naamwoord
  3. de zaak (transactie; deal)
    la transacción; la operación comercial
  4. de zaak (firma; bedrijf; onderneming)
    la empresa; el negocio; la casa de comercio
  5. de zaak (winkelbedrijf; handel; nering; kleine onderneming; bedrijf)
    la tienda; el comercio; la mercancías; el negocio
  6. de zaak (winkelzaak; winkel)
    la cosa; el comercio; la operación comercial; el acuerdo; el caso
  7. de zaak (kwestie; geval)
    el caso; el asunto; la cosa
    • caso [el ~] zelfstandig naamwoord
    • asunto [el ~] zelfstandig naamwoord
    • cosa [la ~] zelfstandig naamwoord
  8. de zaak (handelsonderneming; handelszaak)
    la casa mercantil; la empresa comercial

Vertaal Matrix voor zaak:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
acuerdo winkel; winkelzaak; zaak accoord; accorderen; afkondiging; afspraak; afspreken; akkoord; arrangement; articulatie; band; beslechting; binding; bond; bondgenootschap; compromis; contract; decreet; evenbeeld; federatie; gemeenschappelijkheid; goedkeuring; instemming; liga; overeenkomst; overeenstemming; pact; regeling; schikking; toestemming; uitspraak; uitvaardiging; unie; verbond; verdrag; vergelijk; vonnisvelling
artículo artikel; ding; goed; item; object; voorwerp; zaak artikel; beding; bouwstof; clausule; essay; grondstof; hoofdwoord; item; lemma; lidwoord; materiaal; verhandeling; zinsnede
asunto aangelegenheid; affaire; geval; kwestie; zaak ambacht; chapiter; hoofdstuk; issue; kapittel; kwestie; kwesties; métier; onderwerp; opgaaf; opgave; probleem; problematiek; problemen; punt; stiel; subject; thema; thema van een boek; vak; vraagstuk; zwaarte
bien artikel; ding; goed; item; object; voorwerp; zaak activa
casa de comercio bedrijf; firma; onderneming; zaak bedrijf; concern; handelsbedrijf; handelsfirma; handelshuis; industrie; onderneming; tak van nijverheid
casa mercantil handelsonderneming; handelszaak; zaak
caso geval; kwestie; winkel; winkelzaak; zaak aanvraag; casus; contract; evenement; gebeurtenis; geval; incident; kwestie; naamval; taak; zaakje
comercio bedrijf; handel; kleine onderneming; nering; winkel; winkelbedrijf; winkelzaak; zaak commercie; goederenhandel; handel; handelsverkeer; handelswaar; industrie; klandizie; koophandel; koopwaar; markt; negotie; nering; tak van nijverheid; toko; waar
cosa aangelegenheid; affaire; artikel; ding; geval; goed; item; kwestie; object; voorwerp; winkel; winkelzaak; zaak goedje; materiaal; spul
cuestión aangelegenheid; affaire; geval; kwestie; zaak feit; financiële kwestie; gebeurtenis; geldzaak; incident; interpellatie; kwestie; kwesties; opgaaf; opgave; probleem; problematiek; problemen; voorval; vraag; vraagstuk; zwaarte
empresa bedrijf; firma; onderneming; zaak bedrijf; corporatie; coöperatie; devies; firma; handelsbedrijf; handelshuis; handelsmaatschappij; handelsonderneming; handelsvennootschap; handelsvereniging; kenspreuk; maatschap; maatschappij; motto; onderneming; vennootschap; zinspreuk
empresa comercial handelsonderneming; handelszaak; zaak bedrijf; concern; corporatie; handelsfirma; handelshuis; handelsmaatschappij; handelsonderneming; handelsvennootschap; handelsvereniging; onderneming
mercancías bedrijf; handel; kleine onderneming; nering; winkelbedrijf; zaak artikelen; bezitting; boedel; commercie; dingen; goederen; goederenhandel; goedje; greep; handel; handelsgoederen; handelswaar; handgreep; handvat; hendel; huisraad; inboedel; koopmansgoederen; koopwaar; ladingen; markt; spullen; voorwerpen; vrachten; waar; waren; zaakjes; zaken
negocio bedrijf; firma; handel; kleine onderneming; nering; onderneming; winkelbedrijf; zaak casus; commercie; feit; gebeurtenis; geval; handel; handelsverkeer; incident; koophandel; kwestie; negotie; voorval
objeto artikel; ding; goed; item; object; voorwerp; zaak doel; doelschijf; doelwit; intentie; mikpunt; moedwil; object; oogmerk; opzet; plan; planning; voornemen
operación comercial deal; transactie; winkel; winkelzaak; zaak
tienda bedrijf; handel; kleine onderneming; nering; winkelbedrijf; zaak kraampje; tent; toko
transacción deal; transactie; zaak casus; feit; gebeurtenis; geval; incident; kwestie; transactie; voorval
- bedrijf; ding; kwestie; onderneming
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
artículo bericht
empresa grote organisatie; onderneming
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bien aangenaam; aanlokkelijk; behaaglijk; correct; fijn; goed; juist; lekker; onbeschadigd; precies; prettig; sec; senang; smakelijk; verlokkend

Verwante woorden van "zaak":


Synoniemen voor "zaak":


Verwante definities voor "zaak":

  1. plaats waar men iets maakt of doet om geld te verdienen1
    • Arie heeft een eigen zaak1
  2. waar het over gaat1
    • dit is een zaak voor de politie1
  3. voorwerp1
    • op de markt kun je allerlei zaken kopen1

Wiktionary: zaak


Cross Translation:
FromToVia
zaak empresa business — commercial enterprise or establishment
zaak empresa company — in legal context, a corporation
zaak proceso; pleito; litigio; acción suit — law: lawsuit
zaak causa FallRechtswissenschaft, Polizei, Medizin: Untersuchungsgegenstand
zaak tienda boutiquemagasin, partie de façade du rez-de-chaussée d’une maison consacrée à un commerce de détail ou, à la fois, à la fabrication et à la vente.
zaak causa cause — Ce qui fait qu’une chose est ou s’opère.
zaak tienda magasin — commerce|nocat=1 boutique plus ou moins considérable, où l’on vendre des marchandises, en gros ou au détail.

Verwante vertalingen van zaak