Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. zwabber:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor zwabber (Nederlands) in het Spaans

zwabber:

zwabber [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de zwabber
    el mocho; la mancha
    • mocho [el ~] zelfstandig naamwoord
    • mancha [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor zwabber:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mancha zwabber blaam; buurtschap; gat; gehucht; harde slag; klap; kledder; klodder; klont; klonter; kwak; lik; moesje; nop; schar; smet; spat; spatje; spatter; stip; stipje; stippel; vlek; vlekje
mocho zwabber

Verwante woorden van "zwabber":

  • zwabberen, zwabbers, zwabbertje, zwabbertjes

Wiktionary: zwabber


Cross Translation:
FromToVia
zwabber libertino; calavera; disoluto bambocheur — (vieilli) désuet|fr marionnettiste.