Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. ban:
  2. bannen:
  3. Wiktionary:
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. ban:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ban (Nederlands) in het Frans

ban:

ban [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de ban (kerkban)
    le ban; l'excommunication
  2. de ban (betoverende invloed)
    l'enchantement; l'envoûtement

Vertaal Matrix voor ban:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ban ban; kerkban geschetter; trompetgeschal
enchantement ban; betoverende invloed aanlokkelijkheid; aantrekkelijkheid; aanvechting; bekoorlijkheid; bekoring; betovering; enthousiasme; extase; fascinatie; gedrevenheid; geestvervoering; magie; seductie; temptatie; trance; uitbundigheid; uitgelatenheid; verleiding; verlokking; verovering; verrukking; vervoering; verzoeking
envoûtement ban; betoverende invloed aanlokkelijkheid; aantrekkelijkheid; aanvechting; bekoorlijkheid; bekoring; betovering; extase; fascinatie; geestvervoering; magie; seductie; temptatie; toverkunst; trance; verleiding; verlokking; verovering; verrukking; vervoering; verzoeking
excommunication ban; kerkban uitstoot; uitstoting

Verwante woorden van "ban":


Wiktionary: ban

ban
Cross Translation:
FromToVia
ban charme; fétiche charm — something with magic power

ban vorm van bannen:

bannen werkwoord (ban, bant, bande, banden, geband)

  1. bannen (uitbannen; verbannen; verdrijven; )
    bannir; chasser; exiler; mettre au ban; expulser; exorciser
    • bannir werkwoord (bannis, bannit, bannissons, bannissez, )
    • chasser werkwoord (chasse, chasses, chassons, chassez, )
    • exiler werkwoord (exile, exiles, exilons, exilez, )
    • mettre au ban werkwoord
    • expulser werkwoord (expulse, expulses, expulsons, expulsez, )
    • exorciser werkwoord (exorcise, exorcises, exorcisons, exorcisez, )

Conjugations for bannen:

o.t.t.
  1. ban
  2. bant
  3. bant
  4. bannen
  5. bannen
  6. bannen
o.v.t.
  1. bande
  2. bande
  3. bande
  4. banden
  5. banden
  6. banden
v.t.t.
  1. heb geband
  2. hebt geband
  3. heeft geband
  4. hebben geband
  5. hebben geband
  6. hebben geband
v.v.t.
  1. had geband
  2. had geband
  3. had geband
  4. hadden geband
  5. hadden geband
  6. hadden geband
o.t.t.t.
  1. zal bannen
  2. zult bannen
  3. zal bannen
  4. zullen bannen
  5. zullen bannen
  6. zullen bannen
o.v.t.t.
  1. zou bannen
  2. zou bannen
  3. zou bannen
  4. zouden bannen
  5. zouden bannen
  6. zouden bannen
diversen
  1. ban!
  2. bant!
  3. geband
  4. bannende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor bannen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bannir bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen
chasser bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen afhouden; afnemen; afzonderen; buitensluiten; ecarteren; jachten; lichten; opdrijven; ophitsen; opjagen; uitdrijven; uitsluiten; verplaatsen; vervreemden; verwijderen; voortjagen; wegbrengen; wegdoen; weghalen; wegnemen; wegwerken; weren
exiler bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen
exorciser bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen
expulser bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen afnemen; afzonderen; deporteren; ecarteren; eraf schoppen; lichten; uitdrijven; uitgooien; uitwerpen; uitwijzen; uitzetten; verplaatsen; vervreemden; verwijderen; wegbrengen; wegdoen; weghalen; wegnemen; wegwerken
mettre au ban bannen; bezweren; uitbannen; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen

Verwante woorden van "bannen":


Wiktionary: bannen


Cross Translation:
FromToVia
bannen reléguer relegate — to exile



Frans

Uitgebreide vertaling voor ban (Frans) in het Nederlands

ban:

ban [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le ban (excommunication)
    de ban; de kerkban
    • ban [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kerkban [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. le ban (son des trompettes; fanfare; son du cor; son du clairon)
    het trompetgeschal; het geschetter

Vertaal Matrix voor ban:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ban ban; excommunication enchantement; envoûtement
geschetter ban; fanfare; son des trompettes; son du clairon; son du cor babil des oiseaux; clairons; cris; cris perçant; flonflons; son du cor; voix criarde
kerkban ban; excommunication
trompetgeschal ban; fanfare; son des trompettes; son du clairon; son du cor

Synoniemen voor "ban":


Verwante vertalingen van ban