Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. aankweek:
  2. aankweken:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor aankweek (Nederlands) in het Frans

aankweek:

aankweek [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de aankweek (teelt; reproductie; voortplanting; )
    la reproduction; la culture; l'élevage; la crue

Vertaal Matrix voor aankweek:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
crue aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting aangroeiing; aanplant; aanwas; begroeiing; gewas; vermeerdering
culture aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting aankweken; aanplant; aanplanten; begroeiing; beplanting; beschaving; civilisatie; culture; cultuur; doen voorttelen; fokken; geboefte; gebroed; gespuis; gewas; gewassenverbouwing; grondbewerking; kweek; kweken; plantage; planten; poten; schorriemorrie; telen; tuig; uitschot; vegetatie; verbouwen
reproduction aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting afschrift; duplicaat; fotokopie; kopie; teruggave; transcriptie; weergave
élevage aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting aankweken; doen voorttelen; fokken; geboefte; gebroed; gespuis; kweken; schorriemorrie; telen; tuig; uitschot; veebedrijf; veefokkerij; veehouderij; veeteelt; verbouwen

aankweken:

aankweken [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. aankweken (doen voorttelen; fokken)
    la culture; l'élevage
    • culture [la ~] zelfstandig naamwoord
    • élevage [le ~] zelfstandig naamwoord
  2. aankweken (aanplanten; planten)
    la plantation; la culture; la cultivation
  3. aankweken (teelt; reproductie; voortplanting; )
    la reproduction; la culture; l'élevage; la crue

aankweken werkwoord (kweek aan, kweekt aan, kweekte aan, kweekten aan, aangekweekt)

  1. aankweken (telen; kweken; fokken; )
    produire; cultiver
    • produire werkwoord (produis, produit, produisons, produisez, )
    • cultiver werkwoord (cultive, cultives, cultivons, cultivez, )

Conjugations for aankweken:

o.t.t.
  1. kweek aan
  2. kweekt aan
  3. kweekt aan
  4. kweken aan
  5. kweken aan
  6. kweken aan
o.v.t.
  1. kweekte aan
  2. kweekte aan
  3. kweekte aan
  4. kweekten aan
  5. kweekten aan
  6. kweekten aan
v.t.t.
  1. heb aangekweekt
  2. hebt aangekweekt
  3. heeft aangekweekt
  4. hebben aangekweekt
  5. hebben aangekweekt
  6. hebben aangekweekt
v.v.t.
  1. had aangekweekt
  2. had aangekweekt
  3. had aangekweekt
  4. hadden aangekweekt
  5. hadden aangekweekt
  6. hadden aangekweekt
o.t.t.t.
  1. zal aankweken
  2. zult aankweken
  3. zal aankweken
  4. zullen aankweken
  5. zullen aankweken
  6. zullen aankweken
o.v.t.t.
  1. zou aankweken
  2. zou aankweken
  3. zou aankweken
  4. zouden aankweken
  5. zouden aankweken
  6. zouden aankweken
diversen
  1. kweek aan!
  2. kweekt aan!
  3. aangekweekt
  4. aankwekende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor aankweken:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
crue aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting aangroeiing; aanplant; aanwas; begroeiing; gewas; vermeerdering
cultivation aankweken; aanplanten; planten culture; geestelijke vorming; kweken; ontplooiing; ontwikkeling; plantage; telen; verbouwen; vooruitgang; vorming
culture aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; aanplanten; cultuur; doen voorttelen; fok; fokken; fokkerij; kweken; planten; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting aanplant; begroeiing; beplanting; beschaving; civilisatie; culture; cultuur; geboefte; gebroed; gespuis; gewas; gewassenverbouwing; grondbewerking; kweek; kweken; plantage; planten; poten; schorriemorrie; telen; tuig; uitschot; vegetatie; verbouwen
plantation aankweken; aanplanten; planten aanplant; aanplanting; beplanting; gewas; plantage; planten; poten; vegetatie
reproduction aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting afschrift; duplicaat; fotokopie; kopie; teruggave; transcriptie; weergave
élevage aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; doen voorttelen; fok; fokken; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting geboefte; gebroed; gespuis; kweken; schorriemorrie; telen; tuig; uitschot; veebedrijf; veefokkerij; veehouderij; veeteelt; verbouwen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
cultiver aankweken; aanplanten; fokken; genereren; kweken; opkweken; planten; procreëren; telen; verbouwen; voortbrengen beschaven; civiliseren; cultiveren; exploiteren; ontwikkelen; uitbuiten
produire aankweken; aanplanten; fokken; genereren; kweken; opkweken; planten; procreëren; telen; verbouwen; voortbrengen baren; bevallen; een prestatie leveren; fabriceren; maken; opbrengen; ophoesten; opleveren; presteren; produceren; ter wereld brengen; vervaardigen; verwekken; voor de dag komen met; voortbrengen

Wiktionary: aankweken

aankweken