Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. animo:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor animo (Nederlands) in het Frans

animo:

animo [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de animo (geboeidheid; interesse; belangstelling; zin; fascinatie)
    l'envie; le plaisir; le fort intérêt; la fascination; l'attention; la ferveur; la passion; le goût; l'élan; l'énergie; l'ardeur; l'entrain

Vertaal Matrix voor animo:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ardeur animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin aandrang; aandrift; ambitie; bevlogenheid; bezieling; daadkracht; devotie; doortastendheid; drang; drift; eerzucht; elan; energie; enthousiasme; esprit; felheid; fut; gedrevenheid; geestdrift; genegenheid; genoegen; genot; gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; heftigheid; hevigheid; hitte; ijver; ijverigheid; intensiteit; inzet; kracht; lust; momentum; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; onrustigheid; onstuimigheid; overgave; passie; pit; puf; temperament; toegewijdheid; toewijding; trouw; turbulentie; uitbundigheid; uitgelatenheid; vlam; vlijt; vlijtigheid; vurigheid; vuur; warmte; wellust; werklust; werkzaamheid; woeligheid; zorgzaamheid
attention animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin aandacht; aanschouwen; acht; attentie; bekijks; belangstelling; interesse; juistheid; nauwlettendheid; observeren; oplettendheid; opmerkzaamheid; oppassen; preciesheid; stiptheid; uitkijken; zien
entrain animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin frivoliteit; hupsheid; lichtzinnigheid; lustigheid; ondiepte; oppervlakkigheid; uitgelatenheid; vrolijkheid
envie animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin afgunst; begeerte; begeren; begerige ijver; drift; genoegen; genot; graagte; gretigheid; heftig verlangen; hevig verlangen; jaloezie; kif; kinnesinne; lust; naijver; nijd; smachten; verlangen; wellust; wensen; zucht
fascination animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin aanlokkelijkheid; aantrekkelijkheid; bekoorlijkheid; bekoring; betovering; fascinatie
ferveur animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin drift; elan; gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; ijver; ijverigheid; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; overgave; passie; pit; temperament; vlam; vlijt; vlijtigheid; vurigheid; vuur; werklust; werkzaamheid
fort intérêt animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin
goût animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin smaakje; smaakzin
passion animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin bevlogenheid; bezetenheid; bezieling; devotie; drift; enthousiasme; felheid; gedrevenheid; geestdrift; genegenheid; genoegen; genot; gevoeligheid; gloed; hartelijkheid; hartstocht; hartstochtelijkheid; heftigheid; hevigheid; ijver; innigheid; intensiteit; inzet; jool; kracht; leut; liefkozing; lust; obsessie; overgave; passie; plezier; pret; seksuele begeerte; tederheid; toegewijdheid; toewijding; trouw; verlangen; verliefdheid; vurigheid; vuur; wellust; wens; zachtheid; zorgzaamheid
plaisir animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin aardigheid; amusement; blijheid; blijmoedigheid; content; drift; gein; geneugte; genieten; genoegen; genot; jolijt; jool; keet; keurigheid; leut; lol; lust; netheid; onberispelijkheid; opgeruimdheid; opgewektheid; ordelijkheid; plezier; pret; pretmakerij; properheid; seksuele begeerte; smetteloosheid; tevredenheid; vermaak; vermakelijkheid; verstrooiing; vertier; vreugde; vrolijkheid; welgevallen
élan animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin bevlogenheid; bezieling; drift; enthousiasme; gedrevenheid; geestdrift; hartstocht; ijver; ijverigheid; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; passie; uitbundigheid; uitgelatenheid; vlijt; vlijtigheid; vuur; werklust; werkzaamheid
énergie animo; belangstelling; fascinatie; geboeidheid; interesse; zin aandrift; arbeidskracht; arbeidsvermogen; daadkracht; daadkrachtigheid; doortastendheid; dynamiek; electrische stroom; energie; esprit; felheid; fiksheid; fut; incasseringsvermogen; kracht; krachtdadigheid; kranigheid; manhaftigheid; momentum; pittigheid; puf; sterkte; stroom; veerkracht; weerstand; weerstandsvermogen; werkkracht; werklust; werkvermogen; werkzaamheid

Wiktionary: animo

animo
noun
  1. Force ; plénitude ; énergie ; fougue.