Nederlands

Uitgebreide vertaling voor deeltje (Nederlands) in het Frans

deeltje:

deeltje [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de deeltje (onderdeeltje)
    la particule; le bout; la part; le morceau; la fraction; le quartier; la parcelle; le petit bout
    • particule [la ~] zelfstandig naamwoord
    • bout [le ~] zelfstandig naamwoord
    • part [la ~] zelfstandig naamwoord
    • morceau [le ~] zelfstandig naamwoord
    • fraction [la ~] zelfstandig naamwoord
    • quartier [le ~] zelfstandig naamwoord
    • parcelle [la ~] zelfstandig naamwoord
    • petit bout [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor deeltje:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bout deeltje; onderdeeltje aandeel; aanwijzing; deel; einde; finale; greep; kolf; part; stomp; stronk; teenstuk; tip; uiteinde; vingerwenk; vingerwijzing; wenk
fraction deeltje; onderdeeltje afdeling; basisbestanddeel; bestanddeel; breuk; breukgetal; component; deel; departement; detachement; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; sectie; stuk; tak
morceau deeltje; onderdeeltje aandeel; basisbestanddeel; bestanddeel; boterham; brok; brokstuk; component; deel; diggel; element; fractie; ingrediënt; klompje; klont; klonter; klontertje; klontje; onderdeel; part; plak brood; scherf; segment; snee; sneetje; splinter; stuk; suikerklontje; wrakstuk
parcelle deeltje; onderdeeltje bouwterrein; bouwwerk; gebied; gebouw; kavel; pand; perceel; terrein
part deeltje; onderdeeltje aandeel; basisbestanddeel; bestanddeel; bijdrage; component; deel; dosis; element; fractie; inbreng; ingrediënt; noodrantsoen; onderdeel; part; portie; rantsoen; segment; stuk
particule deeltje; onderdeeltje
petit bout deeltje; onderdeeltje brokje; eindje; fragmentje; klein beetje; klein stukje; partje; snippertje; stompje; stukje; zweem; zweempje
quartier deeltje; onderdeeltje buitenwijk; buurt; centrum; deel van de stad; handelswijk; kamp; kampement; legering; legerkamp; plein; sectie; stadsdeel; stadskwartier; stadswijk; wijk; woonwijk

Verwante woorden van "deeltje":


Wiktionary: deeltje


Cross Translation:
FromToVia
deeltje corps body — any physical object or material thing
deeltje particule particle — body with very small size
deeltje particule particle — elementary particle or subatomic particle

deeltje vorm van deel:

deel [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het deel (basisbestanddeel; onderdeel; component; )
    la part; la partie; le composant; l'élément de base; le morceau; la section; le segment; l'ingrédient de base; la fraction; le rayon; l'ingrédient; le membre; la branche; la portion; la catégorie; le groupe parlementaire; la ration; le titre; l'action
  2. het deel (gedeelte; stuk; part; fractie)
    la partie; le fragment
    • partie [la ~] zelfstandig naamwoord
    • fragment [le ~] zelfstandig naamwoord
  3. het deel (part; aandeel)
    la partie; la part; la participation; le morceau; le bout; la portion; la ration
    • partie [la ~] zelfstandig naamwoord
    • part [la ~] zelfstandig naamwoord
    • participation [la ~] zelfstandig naamwoord
    • morceau [le ~] zelfstandig naamwoord
    • bout [le ~] zelfstandig naamwoord
    • portion [la ~] zelfstandig naamwoord
    • ration [la ~] zelfstandig naamwoord
  4. het deel (wat iemand erft; erfenis; erfdeel)
    l'héritage; l'objet hérité
  5. het deel (boekdeel; band; volume)
    le reliure; le tome; le volume; l'édition
    • reliure [le ~] zelfstandig naamwoord
    • tome [le ~] zelfstandig naamwoord
    • volume [le ~] zelfstandig naamwoord
    • édition [la ~] zelfstandig naamwoord
  6. het deel (dorsvloer)
    l'aire de battage

deel

  1. deel
    la mosaïque

Vertaal Matrix voor deel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
action basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk aandeel; aanstellerij; actie; ageren; aktie; claim; daad; eis; handelen; handeling; inwerking; protestbijeenkomst; publieke betoging; taak; toneel; vordering
aire de battage deel; dorsvloer
bout aandeel; deel; part aanwijzing; deeltje; einde; finale; greep; kolf; onderdeeltje; stomp; stronk; teenstuk; tip; uiteinde; vingerwenk; vingerwijzing; wenk
branche basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk afdeling; bedrijfstak; boomtak; branche; deelsoort; departement; detachement; economische sector; ent; loot; rank; sectie; specialisatie; specialisme; tak; takje; twijg; uitloper; vakgebied; vakgroep; vertakking; zijtak
catégorie basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk aard; afdeling; categorie; classificatie; departement; detachement; genre; klasse; kleurcategorie; onderverdeling; prijsklasse; sectie; slag; soort; tak; type
composant basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk element; factor; functie; onderdeel
fraction basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk afdeling; breuk; breukgetal; deeltje; departement; detachement; onderdeeltje; sectie; tak
fragment deel; fractie; gedeelte; part; stuk brokstuk; diggel; fragment; klompje; klontertje; klontje; reepje; scherf; splinter; wrakstuk
groupe parlementaire basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk afdeling; departement; detachement; kamerfractie; sectie; tak
héritage deel; erfdeel; erfenis; wat iemand erft boedel; erfboedel; erfenis; erfgoed; erfstuk; legaat; nalatenschap; oudere functie; overname
ingrédient basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk
ingrédient de base basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk
membre basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk dimensielid; gildenbroeder; ledemaat; lichaamsdeel; lid; lidmaat
morceau aandeel; basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; part; stuk boterham; brok; brokstuk; deeltje; diggel; klompje; klont; klonter; klontertje; klontje; onderdeeltje; plak brood; scherf; segment; snee; sneetje; splinter; suikerklontje; wrakstuk
mosaïque deel inlegwerk; kaarttegel; mozaïek
objet hérité deel; erfdeel; erfenis; wat iemand erft boedel; erfboedel; erfenis; erfgoed; erfstuk; legaat; nalatenschap
part aandeel; basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; part; stuk aandeel; bijdrage; deeltje; dosis; inbreng; noodrantsoen; onderdeeltje; part; portie; rantsoen; segment
participation aandeel; deel; part aandeel; aantal gekomen personen; bijdrage; compagnonschap; condoleance; contributie; coöperatie; deelgenootschap; deelname; deelneming; inbreng; inspraak; leedwezen; lidmaatschapsgeld; medeleven; medelijden; medewerking; medezeggenschap; opkomst; participatie; rouwbeklag
partie aandeel; basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; gedeelte; ingrediënt; onderdeel; part; stuk afdeling; beurt; brok; departement; detachement; feest; festijn; gespeel; hoeveelheid; kinderspel; klompje; klont; klontertje; klontje; partij; partijtje; party; potje; rondje; sectie; segment; spel; spelletje; suikerklontje; tak; wedstrijdje
portion aandeel; basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; part; stuk aandeel; aanstellerij; barrels; bijdrage; contributie; delen; dosis; lidmaatschapsgeld; noodrantsoen; part; parten; partjes; portie; porties; rantsoen; segmenten; stukken; toneel
ration aandeel; basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; part; stuk
rayon basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk afdeling; baton; bestuursregio; boekenplank; departement; detachement; divisie; erf; grondgebied; legbord; plank; radiatie; radius; rek; schap; sectie; spaak; spaak van een fietswiel; sprankeltje; staaf; staf; stang; stok; straal; straalbundel; stralenbundel; straling; tak; terrein; territorium; uitstraling; vakgroep; vonkje; wielspaak
reliure band; boekdeel; deel; volume boekband; haarband; haarlint; lint; verzamelband; verzamelbundel; verzamelwerk
section basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk afdeling; alinea; bestuursregio; departement; detachement; divisie; doorsnede; doorsnee; echelon; gebied; geleding; gordel; laag; lid; paragraaf; presentatiesectie; regio; sectie; sectie-indeling; streek; tak; terrein; territorium; vakgroep; zone
segment basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk afdeling; departement; detachement; rekeningcodesegment; sectie; segment; tak
titre basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk aanduiding; aanhef; aanstellerij; benaming; benoeming; goudgehalte; graad; hiërarchie; hoofd; kop; kopzin; krantenkop; naam; niveau; opschrift; peil; rang; rangorde; term; titel; toneel; vennootsaandeel; volgorde; waardigheidstitel; wetenschappelijke graad
tome band; boekdeel; deel; volume geluidsniveau; volume
volume band; boekdeel; deel; volume band; boek; boekwerk; capaciteit; geluidsniveau; geluidssterkte; geluidsvolume; inhoudsruimte; laadruimte; scheepsinhoud; scheepsruimte; tonnage; tonnengeld; tonnenmaat; toonsterkte; volume
édition band; boekdeel; deel; volume afdruk; aflevering; editie; geluidsniveau; openbare publicatie; print; publicatie; publikatie; uitdraai; uitgave; uitgifte; volume
élément de base basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk grondbestanddeel; hoofdbestanddeel
- element; gedeelte; part; stuk
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mosaïque naast elkaar
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
branche branche; branche-element; vertakking; voorwaardelijke branche
reliure rugmarge

Verwante woorden van "deel":


Synoniemen voor "deel":


Antoniemen van "deel":


Verwante definities voor "deel":

  1. wat kleiner is dan het totaal1
    • je krijgt ook een deel van de winst1

Wiktionary: deel


Cross Translation:
FromToVia
deel corps body — any physical object or material thing
deel bite; zob endowment — informal, humorous: the penis
deel partie; organe part — fraction of a whole (jump)
deel morceau; part piece — part of a larger whole
deel part; portion portion — allocated amount
deel part share — portion of something
deel pièce Teiloft im Zusammenhang mit leblosen Gegenständen: ein Element, Stück eines Ganzen