Overzicht


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gruis (Nederlands) in het Frans

gruis:

gruis [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het gruis (steengruis; macadam; mortel; )
    le gravier; le gâchis; le cailloutis; la pierraille; le mortier
  2. het gruis (metselspecie; mortel; specie; )
    le cailloutis; le mortier; le commerce des espèces; la chute de pierraille

Vertaal Matrix voor gruis:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
cailloutis bik; gruis; macadam; metselspecie; mortel; puin; specie; split; steengruis; steenslag
chute de pierraille bik; gruis; macadam; metselspecie; mortel; puin; specie; split; steengruis; steenslag
commerce des espèces bik; gruis; macadam; metselspecie; mortel; puin; specie; split; steengruis; steenslag
gravier bik; gruis; macadam; metselspecie; mortel; puin; split; steengruis; steenslag grind; grindsteen; keizand; kiezelbodem; kiezels; kiezelsteentjes; kiezelzand; losse steen
gâchis bik; gruis; macadam; metselspecie; mortel; puin; split; steengruis; steenslag geklooi; gerommel; gerotzooi; soepzootje
mortier bik; gruis; macadam; metselspecie; mortel; puin; specie; split; steengruis; steenslag cement; cementlaag; hechtpleister; kalk; kleefpleister; metselkalk; mortier; pleister; rijstbaal; stuc
pierraille bik; gruis; macadam; metselspecie; mortel; puin; split; steengruis; steenslag

Verwante woorden van "gruis":

  • gruizen

Wiktionary: gruis

gruis
noun
  1. géologie|fr roche détritique à éléments assez gros (sables grossiers et cailloux), d’origine fluviatile ou littorale (on dit aussi cailloutis).
  2. (vieilli) poussière.