Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. klaar leggen:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor klaar leggen (Nederlands) in het Frans

klaar leggen:

klaar leggen werkwoord

  1. klaar leggen (uitspreiden)
    déployer; étaler; étendre; préparer; répandre
    • déployer werkwoord (déploie, déploies, déployons, déployez, )
    • étaler werkwoord (étale, étales, étalons, étalez, )
    • étendre werkwoord (étends, étend, étendons, étendez, )
    • préparer werkwoord (prépare, prépares, préparons, préparez, )
    • répandre werkwoord (répands, répand, répandons, répandez, )

Vertaal Matrix voor klaar leggen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
déployer klaar leggen; uitspreiden gebruiken; ontplooien; ontvouwen; ontwikkelen; openspreiden; openvouwen; tot ontwikkeling brengen; uiteenvouwen; uitklappen; uitslaan; uitspreiden; uitvouwen
préparer klaar leggen; uitspreiden alvast neerzetten; bedenken; beramen; bereiden; brouwen; gereed maken; gereedmaken; iets toebereiden; klaarleggen; klaarmaken; klaarzetten; plan beramen; prepareren; toebereiden; verzinnen; voorbereiden; voorbereiding treffen; voorbereidingen treffen; voorbewerken; voorwerken; zinnen
répandre klaar leggen; uitspreiden afleggen; alom bekend maken; bezwijken; doorgeven; doorslaan; doorspelen; doorvertellen; een boodschap uitdragen; het onderspit delven; rondbrieven; ronddelen; rondgeven; rondreiken; rondstrooien; rondvertellen; spreiden; tenondergaan; uitdelen; uitdragen; uitreiken; uitstrooien; uitwaaieren; uitzaaien; uitzenden; uitzwermen; verbreiden; verbreider; verdelen; verdeler; vergieten; verhaal vertellen; verhalen; verklappen; verkondigen; verraden; verspreiden; verstrooien; vertellen; waaieren; zich verspreiden
étaler klaar leggen; uitspreiden afsteken; eruit springen; etaleren; exposeren; geuren; in het oog lopen; ontvouwen; openspreiden; openvouwen; opvallen; pralen; pronken; rondstrooien; te kijk lopen met; tentoonspreiden; tentoonstellen; tonen; uitdijen; uitklappen; uitslaan; uitsmeren; uitspreiden; uitspringen; uitstallen; uitsteken; uitvouwen; uitzaaien; uitzenden; uitzwellen; verbreiden; verbreider; verdeler; verspreiden; verstrooien; vertonen; voor ogen brengen
étendre klaar leggen; uitspreiden aangeven; aanreiken; breder maken; expanderen; geven; naar buiten hangen; ontvouwen; openen; openspreiden; openvouwen; oprekken; opspannen; reiken; rekken; rondstrooien; spannen; talrijker maken; uitbouwen; uitbreiden; uitdijen; uithangen; uitklappen; uitrekken; uitslaan; uitsmeren; uitspreiden; uitvouwen; uitzaaien; uitzenden; uitzwellen; verbreden; verbreiden; verbreider; verdeler; verdiepen; vergroten; verlengen; vermeerderen; verruimen; verspreiden; verstrooien; verwijden

Verwante vertalingen van klaar leggen