Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. loszitten:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor loszitten (Nederlands) in het Frans

loszitten:

loszitten werkwoord (zit los, zat los, zaten los, losgezeten)

  1. loszitten (loshangen)
    bouger; ne pas tenir; être mal fixé; branler; être instable
    • bouger werkwoord (bouge, bouges, bougeons, bougez, )
    • ne pas tenir werkwoord
    • être mal fixé werkwoord
    • branler werkwoord (branle, branles, branlons, branlez, )
    • être instable werkwoord

Conjugations for loszitten:

o.t.t.
  1. zit los
  2. zit los
  3. zit los
  4. zitten los
  5. zitten los
  6. zitten los
o.v.t.
  1. zat los
  2. zat los
  3. zat los
  4. zaten los
  5. zaten los
  6. zaten los
v.t.t.
  1. heb losgezeten
  2. hebt losgezeten
  3. heeft losgezeten
  4. hebben losgezeten
  5. hebben losgezeten
  6. hebben losgezeten
v.v.t.
  1. had losgezeten
  2. had losgezeten
  3. had losgezeten
  4. hadden losgezeten
  5. hadden losgezeten
  6. hadden losgezeten
o.t.t.t.
  1. zal loszitten
  2. zult loszitten
  3. zal loszitten
  4. zullen loszitten
  5. zullen loszitten
  6. zullen loszitten
o.v.t.t.
  1. zou loszitten
  2. zou loszitten
  3. zou loszitten
  4. zouden loszitten
  5. zouden loszitten
  6. zouden loszitten
diversen
  1. zit los!
  2. zit los!
  3. losgezeten
  4. loszittend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor loszitten:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bouger loshangen; loszitten agiteren; beroeren; bewegen; in beroering brengen; in beweging brengen; manoeuvreren; marcheren; omroeren; oppoken; opstoken; roeren; verroeren; zich bewegen; zich verplaatsen
branler loshangen; loszitten aftrekken; zich aftrekken
ne pas tenir loshangen; loszitten
être instable loshangen; loszitten wisselvallig zijn
être mal fixé loshangen; loszitten