Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. opperst:
  2. oppersen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor opperst (Nederlands) in het Frans

opperst:

opperst bijvoeglijk naamwoord

  1. opperst (allerhoogst; hoogst)
    suprême; le plus haut
  2. opperst (bovenst)
    supérieur; premier; suprême; le plus élevé; le plus haut

Vertaal Matrix voor opperst:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
le plus haut hoogste
premier koploper
supérieur baas; bevelhebber; chef; commandant; hoofd; kloosteroverste; meerdere; meester; moeder overste; overste; patroon; superieur
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
le plus haut allerhoogst; bovenst; hoogst; opperst bovenste; hoogste; opperste; voornaamst
le plus élevé bovenst; opperst bovenste; opperste
premier bovenst; opperst aanvoerend; bovenste; dominant; eerste; gezaghebbend; leidend; maatgevend; opperste; toonaangevend; vooraanstaande
suprême allerhoogst; bovenst; hoogst; opperst bovenste; opperste; superieur
supérieur bovenst; opperst aanmatigend; arrogant; befaamd; bovenste; eersteklas; eersterangs; geacht; geringschattend; hautain; honend; hooggeplaatst; hooggezeten; hooghartig; hoogmoedig; hoogwaardig; hovaardig; kleinerend; laatdunkend; minachtend; neerbuigend; opperste; perfect; prima; prominent; smalend; spottend; superieur; top; tot de beste klasse behorend; trots; uit de hoogte; uitstekend; van goede kwaliteit; verwaand; vooraanstaand; vooraanstaande; voornaam; zelfgenoegzaam; zelfingenomen

Wiktionary: opperst


Cross Translation:
FromToVia
opperst suprême supreme — dominant

opperst vorm van oppersen:

oppersen werkwoord (pers op, perst op, perste op, persten op, opgeperst)

  1. oppersen
    presser
    • presser werkwoord (presse, presses, pressons, pressez, )

Conjugations for oppersen:

o.t.t.
  1. pers op
  2. perst op
  3. perst op
  4. persen op
  5. persen op
  6. persen op
o.v.t.
  1. perste op
  2. perste op
  3. perste op
  4. persten op
  5. persten op
  6. persten op
v.t.t.
  1. heb opgeperst
  2. hebt opgeperst
  3. heeft opgeperst
  4. hebben opgeperst
  5. hebben opgeperst
  6. hebben opgeperst
v.v.t.
  1. had opgeperst
  2. had opgeperst
  3. had opgeperst
  4. hadden opgeperst
  5. hadden opgeperst
  6. hadden opgeperst
o.t.t.t.
  1. zal oppersen
  2. zult oppersen
  3. zal oppersen
  4. zullen oppersen
  5. zullen oppersen
  6. zullen oppersen
o.v.t.t.
  1. zou oppersen
  2. zou oppersen
  3. zou oppersen
  4. zouden oppersen
  5. zouden oppersen
  6. zouden oppersen
en verder
  1. is opgeperst
  2. zijn opgeperst
diversen
  1. pers op!
  2. perst op!
  3. opgeperst
  4. oppersend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor oppersen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
presser oppersen aandringen; aandrukken; aanhouden; aanjagen; aanpoten; aansporen; aanzetten; accelereren; bespoedigen; comprimeren; dichtknijpen; drukken; haast maken; haasten; ijlen; inpersen; jachten; jagen; jakkeren; klemmen; knellen; leegknijpen; omklemmen; omwoelen; op iets aandringen; opdrijven; ophitsen; opjagen; opjutten; overhaasten; persen; porren; reppen; samendrukken; samenpersen; spoeden; strak zitten; tot spoed aanzetten; uitdrukken; uitknijpen; uitpersen; vastdrukken; vastknijpen; verhaasten; versnellen; voortjagen; voortmaken; zich spoeden