Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. randen:
  2. rand:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor randen (Nederlands) in het Frans

randen:

randen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de randen (kanten; richels)
    la bandes; le bords; la jantes
    • bandes [la ~] zelfstandig naamwoord
    • bords [le ~] zelfstandig naamwoord
    • jantes [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor randen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bandes kanten; randen; richels bandje; bandjes
bords kanten; randen; richels oevers; rivierzomen; wallen
jantes kanten; randen; richels velgen

Verwante woorden van "randen":


rand:

rand [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de rand (omlijsting; kader; raam; lijst)
    le cadre; l'encadrement
  2. de rand (richel)
    le bord; le rebord
    • bord [le ~] zelfstandig naamwoord
    • rebord [le ~] zelfstandig naamwoord
  3. de rand (zijkant; kant)
    le côté; le bord
    • côté [le ~] zelfstandig naamwoord
    • bord [le ~] zelfstandig naamwoord
  4. de rand (zoom)
    la bordure; la lisière; l'orée
    • bordure [la ~] zelfstandig naamwoord
    • lisière [la ~] zelfstandig naamwoord
    • orée [la ~] zelfstandig naamwoord
  5. de rand (omranding; kader; lijst)
    le cadre; la bordure; l'encadrement
  6. de rand

Vertaal Matrix voor rand:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bord kant; rand; richel; zijkant boordsel; einder; flank; galon; gezichtseinder; horizon; kim; omzoming; oplegsel; passement; rivierkant; rivieroever; zijde; zijde van een schip; zijkant
bordure kader; lijst; omranding; rand; zoom randje; randversiering
cadre kader; lijst; omlijsting; omranding; raam; rand chassis; frame; functionaris; geraamte; kaderlid; leidinggevend personeel; letterbox; lijst; officier; personeel; raamantenne; raamwerk; scherpte; schilderijlijst; skelet; snijkant; staf; staflid; stafmedewerker; stafmedewerkster
côté kant; rand; zijkant flank; kant; zij; zijde; zijde van een schip; zijkant
encadrement kader; lijst; omlijsting; omranding; raam; rand chassis; geraamte; gootlijst; kozijn; kranslijst; lijstwerk; vensterkozijn
lisière rand; zoom boordsel; galon; halsband; lei; leiband; lijn; omzoming; oplegsel; passement; riem; teugel
orée rand; zoom
rebord rand; richel flank; zijde; zijde van een schip; zijkant
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- kant
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
bordure rand

Verwante woorden van "rand":


Synoniemen voor "rand":


Verwante definities voor "rand":

  1. buitenste strook1
    • hij ging op de rand van het bed zitten1
  2. bovenste gedeelte van hol of diep iets1
    • het glas is tot de rand gevuld1

Wiktionary: rand

rand
noun
  1. de bovenkant van een bak of vat
rand
noun
  1. Ce qui terminer des deux côtés la largeur d’une étoffe ; la partie où la trame s’boucler par le retour de la navette sur elle-même.

Cross Translation:
FromToVia
rand bordure; bord border — the outer edge of something
rand bord; lisière brink — edge
rand collier collar — any encircling device or structure
rand bord edge — boundary line of a surface
rand périphérie fringe — peripheral part
rand bord Krempeunterer, wegstehender Rand eines Hutes