Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. schoteltje:
  2. schotel:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor schoteltje (Nederlands) in het Frans

schoteltje:

schoteltje [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het schoteltje
    le plat; l'assiette; le plateau
    • plat [le ~] zelfstandig naamwoord
    • assiette [la ~] zelfstandig naamwoord
    • plateau [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor schoteltje:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
assiette schoteltje bord; eetbord; etensbakje
plat schoteltje diner; eten; etensbakje; gerecht; kost; kosten; maal; maaltijd; onkosten; plaat; presenteerblaadje; schotel; trog; uitgaaf; uitgaven; voederkrib; voedertrog; voedingsmiddelen; voedsel
plateau schoteltje blad; blad van een roeispaan; bovenblad; dienblad; doek; hoogland; hoogvlakte; plateau; presenteerblaadje; presenteerblad; schilderij; schildering; schilderstuk; tableau; terreinverhoging
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plat eenvormig; effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; glad neerliggend; plat; sluik; strak; uniform; vlak; vlakuit

Verwante woorden van "schoteltje":


Wiktionary: schoteltje

schoteltje
noun
  1. (cuisine) Sorte de petite assiette qui se place ordinairement sous une tasse.

schotel:

schotel [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de schotel (gerecht)
    le mets; le plat
    • mets [le ~] zelfstandig naamwoord
    • plat [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor schotel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mets gerecht; schotel diner; eten; maal; maaltijd
plat gerecht; schotel diner; eten; etensbakje; kost; kosten; maal; maaltijd; onkosten; plaat; presenteerblaadje; schoteltje; trog; uitgaaf; uitgaven; voederkrib; voedertrog; voedingsmiddelen; voedsel
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plat eenvormig; effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; glad neerliggend; plat; sluik; strak; uniform; vlak; vlakuit

Verwante woorden van "schotel":


Verwante definities voor "schotel":

  1. gerecht1
    • in deze schotel is veel peper gebruikt1
  2. platte schaal1
    • we kochten zes kop en schotels1

Wiktionary: schotel

schotel
noun
  1. pièce de vaisselle, à fond plat destinée à contenir les mets qu’on servir sur la table.
  2. (cuisine) Sorte de petite assiette qui se place ordinairement sous une tasse.