Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. uitval:
  2. uitvallen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor uitval (Nederlands) in het Frans

uitval:

uitval [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de uitval (emotionele uitval; uitbarsting; uitbarsten)
    l'éclat; l'éruption; l'explosion
  2. de uitval
    le rebut
    • rebut [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor uitval:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
explosion emotionele uitval; uitbarsten; uitbarsting; uitval bam; explosie; knal; losbarsting; ontlading; ontploffing; plof; plotselinge uitbarsting; uitbarsting; vulkaanuitbarsting
rebut uitval bocht; slechte drank
éclat emotionele uitval; uitbarsten; uitbarsting; uitval blinken; deining; diggel; dreun; flakker; flakkering; flikkering; flonkering; fonkeling; geflikker; gefonkel; geglinster; glans; glanzen; glimmen; glinstering; gloed; haarkrul; klap; knal; krul; kwak; luister; ontlading; ophef; plotselinge uitbarsting; scherf; schijn; schitteren; schittering; smak; splinter; uitbarsting; vonk; vulkaanuitbarsting
éruption emotionele uitval; uitbarsten; uitbarsting; uitval eruptie; huiduitslag; losbarsting; uitslag

Wiktionary: uitval


Cross Translation:
FromToVia
uitval accès access — outburst of an emotion

uitvallen:

uitvallen [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het uitvallen (wegvallen)
    l'abandon
    • abandon [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor uitvallen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
abandon uitvallen; wegvallen abnormaal beëindigen; afgezonderdheid; afstappen; afzien van; eenzaam gevoel; eenzaamheid; het achterlaten; hulpeloosheid; isolement; verlaten; verlatenheid; verlating

Wiktionary: uitvallen

uitvallen
verb
  1. Se remettre à ; se laisser aller à ; se livrer à.
  2. Se désister de quelque chose, soit par acte exprès, soit autrement.
  3. Se démettre, remettre. désuet|fr Il s’entendait ordinairement d’un bénéfice.

Verwante vertalingen van uitval