Nederlands

Uitgebreide vertaling voor wijs (Nederlands) in het Frans

wijs:

wijs bijvoeglijk naamwoord

  1. wijs (gestudeerd; erudiet; ontwikkeld; )
    sage; érudit; savant; très savant; qui a beaucoup lu; cultivé; instruit; lettré; qui a fait des études supérieures
  2. wijs (verstandig; wijselijk; bedachtzaam; )
    raisonnable; intelligent; sage; raisonnablement; malin; sensé; intelligemment; sagement; sensément
  3. wijs (geleerd; intelligent; slim)
    érudit; savant; cultivé
  4. wijs (te gek; fantastisch; gaaf; )
    fantastique; fabuleux; génial; astucieux; lunatique; dément; délirant; fou; sensé; habile; de génie; malin; d'une manière sensée; d'une façon géniale

wijs [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de wijs (methode; manier; handelwijze; )
    la manière; la façon; la méthode; la procédure; le procédé; la ligne de conduite; le genre
  2. de wijs (deun)
    l'air; la mélodie
    • air [le ~] zelfstandig naamwoord
    • mélodie [la ~] zelfstandig naamwoord
  3. de wijs (melodie)
    la mélodie; la chanson; l'air; le chant; la ballade
    • mélodie [la ~] zelfstandig naamwoord
    • chanson [la ~] zelfstandig naamwoord
    • air [le ~] zelfstandig naamwoord
    • chant [le ~] zelfstandig naamwoord
    • ballade [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor wijs:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
air deun; melodie; wijs aangezicht; aanzien; allure; buitenkant; deuntje; exterieur; gedaante; gelaat; manier van kijken; type; uiterlijk; verschijning; vertoon; voorkomen; vorm; wijsje
ballade melodie; wijs ballade; gezang; lied; liedje; snoepreisje
chanson melodie; wijs gezang; lied; liedje
chant melodie; wijs gezang; lied; liedje; zang
dément dolleman; geesteszieke; gek; gestoorde; krankzinnige; mafketel; waanzinnige
façon handelwijze; manier; methode; procedure; trant; wijs; wijze conditie; gedrag; gedragswijze; handelwijze; manier; modus; optreden; vorm
fou achterlijke; dolleman; dommerik; dwaas; geesteszieke; gek; gek iemand; geschifte; gestoorde; hansworst; hofnar; idioot; imbeciel; krankzinnige; kwast; kwibus; mafketel; nar; onbenul; onnozelaar; onnozele kerel; simpele ziel; waanzinnige; zot; zwakzinnige
genre handelwijze; manier; methode; procedure; trant; wijs; wijze aard; genre; klasse; onderverdeling; ras; slag; soort; type
lettré geletterde
ligne de conduite handelwijze; manier; methode; procedure; trant; wijs; wijze gedragslijn
malin bij de pinken zijn; doortraptheid; gewiekstheid; gladheid; kei; listigheid; slimme vos; slimmerd; sluwheid; snoodheid
manière handelwijze; manier; methode; procedure; trant; wijs; wijze conditie; gedrag; gedragswijze; handelwijze; manier; optreden; vorm
mélodie deun; melodie; wijs deuntje; gezang; lied; liedje; wijsje; zangerigheid
méthode handelwijze; manier; methode; procedure; trant; wijs; wijze aanpak; arbeidsmethodiek; methode; procédé; werkmethode; werkwijze
procédure handelwijze; manier; methode; procedure; trant; wijs; wijze procedure; procesvoering
procédé handelwijze; manier; methode; procedure; trant; wijs; wijze aanpak; arbeidsmethodiek; methode; procédé; werkmethode; werkwijze
sage denker; filosoof; wijsgeer
savant academicus; geleerde; hooggeleerde; hoogleraar; prof; professor; wetenschapper; wijze
érudit hooggeleerde; hoogleraar; prof; professor
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
fantastique fantastisch; super; supergaaf
génial fantastisch; super; supergaaf
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
astucieux fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs adrem; berekenend; bij de pinken; bijdehand; briljant; clever; gehaaid; geniaal; geslepen; gevat; gewiekst; goochem; ingenieus; kien; knap; kundig; kunstig; leep; met een fluwelen tong; met een gladde tong; pienter; raak; scherpzinnig; schrander; slim; sluw; snedig; snugger; spitsvondig; uitgekiend; uitgeslapen; vaardig; vernuftig; vindingrijk; welsprekend
cultivé belezen; erudiet; geleerd; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; intelligent; ontwikkeld; slim; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld beleefd; beschaafd; fatsoenlijk; geciviliseerd; gecultiveerd; gemanierd; netjes; ontgonnen; ontwikkeld; voorkomend; welgemanierd; wellevend; welopgevoed
d'une façon géniale fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs briljant; briljante; fenomenaal; geniaal; lumineus; vernuftig
d'une manière sensée fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs degelijk; diepgaand; diepgravend; grondig; helemaal; niet oppervlakkig; totaal; volkomen
de génie fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs briljant; fenomenaal; geniaal; lumineus; vernuftig
délirant fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs achterlijk; dwaas; eigenaardig; enorm; geestesziek; gek; geschift; gestoord; getikt; gigantisch; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; typisch; vreemd; waanzinnig; zot
dément fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs achterlijk; doldwaas; enorm; gek; geschift; gestoord; getikt; gigantisch; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot; zwakzinnig
fabuleux fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs betoverend; denkbeeldig; enorm; fabelachtig; fabuleus; fantastisch; fantastische; fenomenaal; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; illusoir; imaginair; legendarisch; luisterrijk; magnifiek; prachtig; puik; schitterend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk
fantastique fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs betoverend; denkbeeldig; enorm; fantastisch; fantastische; fenomenaal; formidabel; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; illusoir; imaginair; luisterrijk; magnifiek; prachtig; puik; schitterend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk
fou fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs achterlijk; apart; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; doldwaas; dwaas; eigenaardig; enorm; excentriek; geestelijk gestoord; geestesziek; geflipt; gek; geschift; gestoord; getikt; gigantisch; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knettergek; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; merkwaardig; mesjogge; mesjokke; niet goed snik; onbezonnen; ongewoon; onwijs; stupide; typisch; verlekkerd; vreemd; waanzinnig; zonderling; zot
génial fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs briljant; fenomenaal; geniaal; geweldig; lumineus; vernuftig
habile fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs adrem; bedreven; behendig; bekwaam; bijdehand; briljant; capabel; clever; competent; ervaren; fysiek in staat; geoefend; geschikt; gevat; handig; in staat; ingenieus; intelligent; kien; knap; kundig; kunstig; pienter; raak; rap; schrander; slim; snedig; snel; snugger; uitgeslapen; vaardig; vindingrijk; vlot; vlug
instruit belezen; erudiet; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; ontwikkeld; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld beleefd; beschaafd; gemanierd; voorkomend; wellevend; welopgevoed
intelligemment bedachtzaam; correct; doordacht; nadenkend; pienter; raadzaam; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig adrem; bijdehand; gevat; gis; intelligent; pienter; raak; schrander; slim; snedig
intelligent bedachtzaam; correct; doordacht; nadenkend; pienter; raadzaam; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig adrem; bij de pinken; bijdehand; clever; competent; deskundig; gevat; gis; goochem; intelligent; kien; oordeelkundig; pienter; raak; scherpzinnig; schrander; slim; snedig; snugger; spitsvondig; ter zake kundig; uitgekiend; uitgeslapen; vakbekwaam; vakkundig
lettré belezen; erudiet; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; ontwikkeld; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld
lunatique fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs enorm; geestesziek; gek; gigantisch; krankzinnig; lijdend aan maanziekte; maanziek; waanzinnig
malin bedachtzaam; correct; doordacht; fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; nadenkend; pienter; raadzaam; reuze; te gek; verstandig; waanzinnig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig achterbaks; adrem; arglistig; berekenend; bij de pinken; bijdehand; clever; doortrapt; duivelachtig; duivels; gehaaid; gemeen; geniaal; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; goochem; kien; kwaadaardig; leep; link; listig; pienter; raak; scherpzinnig; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; spits; spitsvondig; stiekem; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen; vernuftig
qui a beaucoup lu belezen; erudiet; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; ontwikkeld; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld
qui a fait des études supérieures belezen; erudiet; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; ontwikkeld; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld akademisch
raisonnable bedachtzaam; correct; doordacht; nadenkend; pienter; raadzaam; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig aannemelijk; behoorlijke; betaalbaar; billijk; degelijk; diep; diepzinnig; gefundeerd; gegrond; gewettigd; logisch; op goede gronden steunend; rationeel; rechtmatig; rechtvaardig; redelijk; redelijke; solide; steekhoudend; tamelijke; verstandelijk; wetmatig; wettig
raisonnablement bedachtzaam; correct; doordacht; nadenkend; pienter; raadzaam; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig aannemelijk; billijk; degelijk; diep; diepzinnig; gefundeerd; gegrond; gewettigd; logisch; op goede gronden steunend; rationeel; rechtmatig; rechtvaardig; redelijk; solide; steekhoudend; verstandelijk; wetmatig; wettig
sage bedachtzaam; belezen; correct; doordacht; erudiet; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; nadenkend; ontwikkeld; pienter; raadzaam; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zeer geleerd; zeer ontwikkeld; zinnig braaf; braafjes; deugdzaam; eerlijk; fideel; lief; openhartig; oprecht; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig; rondborstig; trouwhartig; voorbeeldig; zoet
sagement bedachtzaam; correct; doordacht; nadenkend; pienter; raadzaam; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig braaf; deugdzaam; lief; voorbeeldig; zoet
savant belezen; erudiet; geleerd; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; intelligent; ontwikkeld; slim; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld intelligent; knap
sensé bedachtzaam; correct; doordacht; fabelachtig; fantastisch; gaaf; krankzinnig; nadenkend; pienter; raadzaam; reuze; te gek; verstandig; waanzinnig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig zinrijk; zinvol
sensément bedachtzaam; correct; doordacht; nadenkend; pienter; raadzaam; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig
très savant belezen; erudiet; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; ontwikkeld; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld
érudit belezen; erudiet; geleerd; geletterd; gestudeerd; hooggeleerd; intelligent; ontwikkeld; slim; wijs; zeer geleerd; zeer ontwikkeld

Verwante woorden van "wijs":


Antoniemen van "wijs":


Verwante definities voor "wijs":

  1. bepaalde vorm van het werkwoord1
    • 'stop' is gebiedende wijs1
  2. melodie, liedje1
    • hij fluit een vrolijk wijsje1
  3. verstandig, wie veel weet1
    • mijn oma is een wijze vrouw1

Wiktionary: wijs

wijs
adjective
  1. van groot inzicht getuigend
wijs
noun
  1. (musique) suite de sons d’où résulte un chant agréable et régulier.
adjective
  1. Qui douer de raison, qui a la faculté de raisonner.
  2. Qui est prudent, circonspect, judicieux; qui a un sentiment juste des choses. (Sens général).
  3. Qui a du bon sens, qui a de la raison, du jugement.

Cross Translation:
FromToVia
wijs mode mood — in grammar
wijs sage sage — wise
wijs sage wise — showing good judgement
wijs sage weise — reich an Wissen und Lebenserfahrung

wijzen:

wijzen werkwoord (wijs, wijst, wees, wezen, gewezen)

  1. wijzen (attenderen)
    indiquer; montrer; signaler; attirer l'attention sur; appeler l'attention sur
    • indiquer werkwoord (indique, indiques, indiquons, indiquez, )
    • montrer werkwoord (montre, montres, montrons, montrez, )
    • signaler werkwoord (signale, signales, signalons, signalez, )
  2. wijzen (iets aanwijzen; aanduiden; indiceren; aangeven)
    indiquer quelquechose; désigner; montrer; signaler
    • désigner werkwoord (désigne, désignes, désignons, désignez, )
    • montrer werkwoord (montre, montres, montrons, montrez, )
    • signaler werkwoord (signale, signales, signalons, signalez, )

Conjugations for wijzen:

o.t.t.
  1. wijs
  2. wijst
  3. wijst
  4. wijzen
  5. wijzen
  6. wijzen
o.v.t.
  1. wees
  2. wees
  3. wees
  4. wezen
  5. wezen
  6. wezen
v.t.t.
  1. heb gewezen
  2. hebt gewezen
  3. heeft gewezen
  4. hebben gewezen
  5. hebben gewezen
  6. hebben gewezen
v.v.t.
  1. had gewezen
  2. had gewezen
  3. had gewezen
  4. hadden gewezen
  5. hadden gewezen
  6. hadden gewezen
o.t.t.t.
  1. zal wijzen
  2. zult wijzen
  3. zal wijzen
  4. zullen wijzen
  5. zullen wijzen
  6. zullen wijzen
o.v.t.t.
  1. zou wijzen
  2. zou wijzen
  3. zou wijzen
  4. zouden wijzen
  5. zouden wijzen
  6. zouden wijzen
diversen
  1. wijs!
  2. wijst!
  3. gewezen
  4. wijzend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor wijzen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
appeler l'attention sur attenderen; wijzen
attirer l'attention sur attenderen; wijzen
désigner aanduiden; aangeven; iets aanwijzen; indiceren; wijzen aanstellen; benoemen; installeren; nader omschrijven; preciseren
indiquer attenderen; wijzen dicteren; ingeven; wijzen naar; zich aanmelden; zich melden; zich opgeven
indiquer quelquechose aanduiden; aangeven; iets aanwijzen; indiceren; wijzen
montrer aanduiden; aangeven; attenderen; iets aanwijzen; indiceren; wijzen aan het licht komen; aanbieden; aanschouwelijk maken; aantonen; bewijzen; demonstreren; exposeren; getuigen van; laten blijken; laten zien; offreren; openbaren; ophoesten; presenteren; publiceren; staven; tentoonstellen; tevoorschijn brengen; tevoorschijnhalen; tevoorschijntoveren; tonen; uitbrengen; veraanschouwelijken; verschijnen; vertonen; voor de dag komen; voor de dag komen met; voor ogen brengen; voordedaghalen; voordoen; voorleggen; wijzen naar
signaler aanduiden; aangeven; attenderen; iets aanwijzen; indiceren; wijzen bemerken; bijzetten; gewaarworden; iets aankondigen; merken; neerzetten; opmerken; plaatsen; seinen; signalen geven; signaleren; waarnemen; zetten

Verwante woorden van "wijzen":


Verwante definities voor "wijzen":

  1. aanwijzingen vormen dat het zo is1
    • alles wijst erop dat hij gelijk heeft1
  2. hem duidelijk maken waar het is of hoe het moet1
    • hij wijst hem de weg naar zee1
  3. je hand of arm in die richting houden1
    • hij wijst naar de boot in de verte1
  4. zijn aandacht erop vestigen1
    • ik wijs erop dat u de aanvraag volgende week in moet leveren1

Wiktionary: wijzen

wijzen
verb
  1. (inergatief) met de (wijs)vinger, hand of arm in een richting duiden
wijzen
Cross Translation:
FromToVia
wijzen pointer; indiquer point — to extend finger
wijzen indiquer zeigenauf etwas zeigen: (meist mit dem Finger) in die Richtung von etwas deuten

Verwante vertalingen van wijs