Overzicht
Nederlands Synoniemen:   Meer gegevens...
  1. gooi:
  2. gooien:


Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor gooi in het Nederlands

gooi:

gooi [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de gooi
    de worp; de gooi; handeling van gooien

Verwante woorden van "gooi":


gooien:

gooien werkwoord (gooi, gooit, gooide, gooiden, gegooid)

  1. gooien
    gooien; slingeren
    • gooien werkwoord (gooi, gooit, gooide, gooiden, gegooid)
    • slingeren werkwoord (slinger, slingert, slingerde, slingerden, geslingerd)
  2. gooien
    – met een zwaai uit je hand loslaten zodat het ergens anders terechtkomt 1
    gooien; werpen
    – met een zwaai uit je hand loslaten zodat het ergens anders terechtkomt 1
    • gooien werkwoord (gooi, gooit, gooide, gooiden, gegooid)
      • hij gooide de bal in het net1
    • werpen werkwoord (werp, werpt, wierp, wierpen, geworpen)
      • hij werpt zijn jas altijd over een stoel1

Conjugations for gooien:

o.t.t.
  1. gooi
  2. gooit
  3. gooit
  4. gooien
  5. gooien
  6. gooien
o.v.t.
  1. gooide
  2. gooide
  3. gooide
  4. gooiden
  5. gooiden
  6. gooiden
v.t.t.
  1. heb gegooid
  2. hebt gegooid
  3. heeft gegooid
  4. hebben gegooid
  5. hebben gegooid
  6. hebben gegooid
v.v.t.
  1. had gegooid
  2. had gegooid
  3. had gegooid
  4. hadden gegooid
  5. hadden gegooid
  6. hadden gegooid
o.t.t.t.
  1. zal gooien
  2. zult gooien
  3. zal gooien
  4. zullen gooien
  5. zullen gooien
  6. zullen gooien
o.v.t.t.
  1. zou gooien
  2. zou gooien
  3. zou gooien
  4. zouden gooien
  5. zouden gooien
  6. zouden gooien
en verder
  1. is gegooid
  2. zijn gegooid
diversen
  1. gooi!
  2. gooit!
  3. gegooid
  4. gooiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

gooien [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de gooien
    de gooien
    • gooien [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

Verwante woorden van "gooien":


Alternatieve synoniemen voor "gooien":


Antoniemen van "gooien":


Verwante definities voor "gooien":

  1. met een zwaai uit je hand loslaten zodat het ergens anders terechtkomt1
    • hij gooide de bal in het net1