Overzicht
Nederlands Synoniemen:   Meer gegevens...
  1. samenstellen:
  2. samentellen:
  3. samenstel:


Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor samenstellen in het Nederlands

samenstellen:

samenstellen werkwoord

  1. samenstellen

Verwante woorden van "samenstellen":


samenstellen vorm van samentellen:

samentellen werkwoord (stel samen, stelt samen, stelde samen, stelden samen, samengesteld)

  1. samentellen
    samentellen
    • samentellen werkwoord (stel samen, stelt samen, stelde samen, stelden samen, samengesteld)

Conjugations for samentellen:

o.t.t.
  1. stel samen
  2. stelt samen
  3. stelt samen
  4. stellen samen
  5. stellen samen
  6. stellen samen
o.v.t.
  1. stelde samen
  2. stelde samen
  3. stelde samen
  4. stelden samen
  5. stelden samen
  6. stelden samen
v.t.t.
  1. heb samengesteld
  2. hebt samengesteld
  3. heeft samengesteld
  4. hebben samengesteld
  5. hebben samengesteld
  6. hebben samengesteld
v.v.t.
  1. had samengesteld
  2. had samengesteld
  3. had samengesteld
  4. hadden samengesteld
  5. hadden samengesteld
  6. hadden samengesteld
o.t.t.t.
  1. zal samentellen
  2. zult samentellen
  3. zal samentellen
  4. zullen samentellen
  5. zullen samentellen
  6. zullen samentellen
o.v.t.t.
  1. zou samentellen
  2. zou samentellen
  3. zou samentellen
  4. zouden samentellen
  5. zouden samentellen
  6. zouden samentellen
en verder
  1. ben samengesteld
  2. bent samengesteld
  3. is samengesteld
  4. zijn samengesteld
  5. zijn samengesteld
  6. zijn samengesteld
diversen
  1. stel samen!
  2. stelt samen!
  3. samengesteld
  4. samenstellend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

samenstel:

samenstel [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het samenstel
    de bestel; het samenstel
    • bestel [de ~] zelfstandig naamwoord
    • samenstel [het ~] zelfstandig naamwoord

Verwante woorden van "samenstel":