Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor bedaard in het Nederlands

bedaard:

bedaard bijvoeglijk naamwoord

  1. bedaard
    rustig; sereen; bedaard; onbewogen; gelijkmoedig; kalm; kalmpjes
  2. bedaard
    rustig; gelijkmoedig; bedaard; kalm
  3. bedaard
    rustig; bedaard; stil; kalm; gedeisd
    • rustig bijvoeglijk naamwoord
    • bedaard bijvoeglijk naamwoord
    • stil bijvoeglijk naamwoord
    • kalm bijvoeglijk naamwoord
    • gedeisd bijvoeglijk naamwoord
  4. bedaard
    stil; rustig; vreedzaam; vredig; sereen; bedaard; kalm; kalmpjes

Verwante woorden van "bedaard":


bedaard vorm van bedaren:

bedaren werkwoord (bedaar, bedaart, bedaarde, bedaarden, bedaard)

  1. bedaren
    beheersen; bedwingen; beteugelen; matigen; bedaren; intomen
    • beheersen werkwoord (beheers, beheerst, beheersde, beheersden, beheerst)
    • bedwingen werkwoord (bedwing, bedwingt, bedwong, bedwongen, bedwongen)
    • beteugelen werkwoord (beteugel, beteugelt, beteugelde, beteugelden, beteugeld)
    • matigen werkwoord (matig, matigt, matigde, matigden, gematigd)
    • bedaren werkwoord (bedaar, bedaart, bedaarde, bedaarden, bedaard)
    • intomen werkwoord (toom in, toomt in, toomde in, toomden in, ingetoomd)
  2. bedaren
    kalmeren; sussen; bedaren; tot kalmte manen
    • kalmeren werkwoord (kalmeer, kalmeert, kalmeerde, kalmeerden, gekalmeerd)
    • sussen werkwoord (sus, sust, suste, susten, gesust)
    • bedaren werkwoord (bedaar, bedaart, bedaarde, bedaarden, bedaard)
    • tot kalmte manen werkwoord

Conjugations for bedaren:

o.t.t.
  1. bedaar
  2. bedaart
  3. bedaart
  4. bedaren
  5. bedaren
  6. bedaren
o.v.t.
  1. bedaarde
  2. bedaarde
  3. bedaarde
  4. bedaarden
  5. bedaarden
  6. bedaarden
v.t.t.
  1. ben bedaard
  2. bent bedaard
  3. is bedaard
  4. zijn bedaard
  5. zijn bedaard
  6. zijn bedaard
v.v.t.
  1. was bedaard
  2. was bedaard
  3. was bedaard
  4. waren bedaard
  5. waren bedaard
  6. waren bedaard
o.t.t.t.
  1. zal bedaren
  2. zult bedaren
  3. zal bedaren
  4. zullen bedaren
  5. zullen bedaren
  6. zullen bedaren
o.v.t.t.
  1. zou bedaren
  2. zou bedaren
  3. zou bedaren
  4. zouden bedaren
  5. zouden bedaren
  6. zouden bedaren
diversen
  1. bedaar!
  2. bedaart!
  3. bedaard
  4. bedarende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze