Overzicht
Nederlands Synoniemen:   Meer gegevens...
  1. bengels:
  2. bengel:


Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor bengels in het Nederlands

bengels:

bengels [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de bengels
    de vlegels; de bengels
    • vlegels [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • bengels [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

Verwante woorden van "bengels":


bengel:

bengel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de bengel
    de deugniet; het boefje; de bengel; de schelm; de kwajongen; de vlegel; de schavuit; de ondeugd
    • deugniet [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • boefje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • bengel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • schelm [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kwajongen [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • vlegel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • schavuit [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • ondeugd [de ~] zelfstandig naamwoord

Verwante woorden van "bengel":