Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor guitigheid in het Nederlands

guitigheid:

guitigheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de guitigheid
    de ondeugd; de guitigheid

Verwante woorden van "guitigheid":


guitig:

guitig bijvoeglijk naamwoord

  1. guitig
    ondeugend; kwajongensachtig; snaaks; guitig; schalks; bengelachtig; spotachtig; schelmachtig; schelms; schalkachtig
  2. guitig
    olijk; guitig
    • olijk bijvoeglijk naamwoord
    • guitig bijvoeglijk naamwoord

Verwante woorden van "guitig":