Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor zedeloosheid in het Nederlands

zedeloosheid:

zedeloosheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de zedeloosheid
    de buitensporigheid; de losbandigheid; de zedeloosheid; de uitspatting; de bandeloosheid
  2. de zedeloosheid
    de onzedelijkheid; de immoraliteit; de zedeloosheid

Verwante woorden van "zedeloosheid":


zedeloos:

zedeloos bijvoeglijk naamwoord

  1. zedeloos
    obsceen; vunzig; zedeloos; schuin; vies
  2. zedeloos
    onzedelijk; immoreel; amoreel; zedeloos; onzedig

Verwante woorden van "zedeloos":