Overzicht


Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor stumperd in het Nederlands

stumperd vorm van stumper:

stumper [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de stumper
    de kruk; de klungelaar; de klungel; de stumper; de stoethaspel
    • kruk [de ~] zelfstandig naamwoord
    • klungelaar [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • klungel [de ~] zelfstandig naamwoord
    • stumper [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • stoethaspel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. de stumper
    de drommel; de zielenpiet; de stakker; de stumper
    • drommel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • zielenpiet [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • stakker [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • stumper [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. de stumper
    de sukkel; de stakker; de stumper; de zielenpiet
    • sukkel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • stakker [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • stumper [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • zielenpiet [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Verwante woorden van "stumper":

  • stumperen, stumpers, stumpertje, stumpertjes