Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. gaatje:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gaatje (Nederlands) in het Zweeds

gaatje:

gaatje [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het gaatje (waterlek; gat; lek)
    hål; lekkage
    • hål [-ett] zelfstandig naamwoord
    • lekkage zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor gaatje:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hål gaatje; gat; lek; waterlek barst; compartiment; coupé; gat; groef; groeve; inkeping; kloof; kuil; lek; lekken; mijn; mijngroeve; opening; reet; scheur; split; tanding; uitholling; uitsparing
lekkage gaatje; gat; lek; waterlek

Verwante woorden van "gaatje":

  • gaatjes

Wiktionary: gaatje


Cross Translation:
FromToVia
gaatje hål hole — hollow in some surface