Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. leuning:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor leuning (Nederlands) in het Zweeds

leuning:

leuning [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de leuning (balustrade; railing)
    ledstång; räcke; trappräcke
  2. de leuning (handsteun)
    ledstänger; trappräcken
  3. de leuning (rugleuning; rug; rugzijde)
    ryggstöd; stolsrygg

Vertaal Matrix voor leuning:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ledstänger handsteun; leuning
ledstång balustrade; leuning; railing trapleuning; trapleuningen
ryggstöd leuning; rug; rugleuning; rugzijde ketsstoot
räcke balustrade; leuning; railing
stolsrygg leuning; rug; rugleuning; rugzijde
trappräcke balustrade; leuning; railing trapleuning; trapleuningen
trappräcken handsteun; leuning

Verwante woorden van "leuning":

  • leuningen

Wiktionary: leuning


Cross Translation:
FromToVia
leuning trappräcke banister — the handrail on the side of a staircase
leuning armstöd; ryggstöd Lehne — Sitzmöbelteil, an den man sich anlehnen oder auf den man sich stützen kann
leuning stöd appui — Ce qui sert à soutenir une chose ou une personne pour l’empêcher de tomber, de chanceler, etc.
leuning balustrad rampe — Balustrade de fer, de... pour empêcher de tomber,