Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. domheid:
  2. dom:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor domheid (Nederlands) in het Zweeds

domheid:

domheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de domheid (giller; blunder; misgreep; flater)
    skrik
    • skrik [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor domheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
skrik blunder; domheid; flater; giller; misgreep gil; kreet; roep; rukwinden; schreeuw; uitroep

Verwante woorden van "domheid":

  • domheden, dom

dom:

dom [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de dom (kathedraal; domkerk)
    kyrka; cathedral

dom bijvoeglijk naamwoord

  1. dom (stompzinnig; onnozel; verstandeloos; )
    tjockskalligt; dum; trög; trögt; dumt
  2. dom (onverstandig; stom; suf)
    oförståndigt; stumt; tyst; oförståndig; dumt

Vertaal Matrix voor dom:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
cathedral dom; domkerk; kathedraal
kyrka dom; domkerk; kathedraal kerk
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- stom
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dum achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; geesteloos; hersenloos; idioot; onbenullig; onnozel; onverstandig; stompzinnig; stupide; verstandeloos dwaas; gek; gemeen; idioot; lullig; maf; min; onbezonnen; onzinnig; slecht; vals
dumt achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; geesteloos; hersenloos; idioot; onbenullig; onnozel; onverstandig; stom; stompzinnig; stupide; suf; verstandeloos dwaas; gek; gemeen; idioot; lullig; maf; min; onbezonnen; onzinnig; slecht; vals
oförståndig dom; onverstandig; stom; suf
oförståndigt dom; onverstandig; stom; suf
stumt dom; onverstandig; stom; suf
tjockskalligt achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; geesteloos; hersenloos; idioot; onbenullig; onnozel; onverstandig; stompzinnig; stupide; verstandeloos dwaas; idioot; onbezonnen
trög achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; geesteloos; hersenloos; idioot; onbenullig; onnozel; onverstandig; stompzinnig; stupide; verstandeloos flauwtjes; lijzig; log; loom; lui; stomp; traag; werkschuw
trögt achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; geesteloos; hersenloos; idioot; onbenullig; onnozel; onverstandig; stompzinnig; stupide; verstandeloos flauwtjes; lijzig; log; loom; lui; stomp; traag; werkschuw; zouteloos
tyst dom; onverstandig; stom; suf kalmpjes; rustig; rustig aan; stilletjes aan

Verwante woorden van "dom":

  • domheid, domen, doms, domst, domste

Synoniemen voor "dom":


Antoniemen van "dom":


Verwante definities voor "dom":

  1. hoofdkerk van een bisdom1
    • de Dom van Utrecht1
  2. wie niet goed kan denken en weinig snapt1
    • deze domme leerlingen vinden alles te moeilijk1

Wiktionary: dom

dom
noun
  1. hoofdkerk van een bisdom
  2. bolvormig dak
adjective
  1. van weinig verstand getuigend

Cross Translation:
FromToVia
dom trög; oskarp dull — not bright or intelligent
dom dum; korkad dumb — extremely stupid
dom dum; dåraktig foolish — lacking good sense or judgement; unwise
dom dum; omtöcknad stupid — lacking in intelligence
dom dum dumm — schwach an Verstand, ohne Intelligenz, ohne Können, unwissend
dom vidunderlig abracadabrant — (familier, fr) complètement incroyable, qu’une personne sensée ne peut pas croire.
dom domkyrka; katedral cathédrale — Bâtiment et lieu de culte
dom dum idiotignare, ignorant.
dom dum stupide — Qui frapper de stupeur.