Nederlands

Uitgebreide vertaling voor exces (Nederlands) in het Zweeds

exces:

exces [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het exces (overvloed; buitensporigheid; overdaad)
    överflod
  2. het exces (buitensporigheid; uitspatting; uitwas; buitenissigheid)
    omåttlighet; överdrift; excess; utsvävning; överflödighet
  3. het exces (surplus; teveel; overschot; agio; rest)
    överskott

Vertaal Matrix voor exces:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
excess buitenissigheid; buitensporigheid; exces; uitspatting; uitwas
omåttlighet buitenissigheid; buitensporigheid; exces; uitspatting; uitwas grenzeloosheid; mateloosheid
utsvävning buitenissigheid; buitensporigheid; exces; uitspatting; uitwas
överdrift buitenissigheid; buitensporigheid; exces; uitspatting; uitwas hyperbool; overdrevenheid; overdrijving
överflod buitensporigheid; exces; overdaad; overvloed
överflödighet buitenissigheid; buitensporigheid; exces; uitspatting; uitwas
överskott agio; exces; overschot; rest; surplus; teveel baat; batige saldo's; gewin; overdaad; overmaat; overschotten; profijt; resten; surplus; teveel; winst
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
överskott netto

Verwante woorden van "exces":

  • excessen