Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. fit:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor fit (Nederlands) in het Zweeds

fit:

fit bijvoeglijk naamwoord

  1. fit (gezond; blakend; getraind)
    piggt; friskt; kry; i form
    • piggt bijvoeglijk naamwoord
    • friskt bijvoeglijk naamwoord
    • kry bijvoeglijk naamwoord
    • i form bijvoeglijk naamwoord
  2. fit (blakend van gezondheid; gezond; zonder ziekte)
    vid god hälsa; rosigt; i god form

fit

  1. fit
    passform

Vertaal Matrix voor fit:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
passform fit pasvorm
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
friskt blakend; fit; getraind; gezond fris; frisjes; knappend; koel
i form blakend; fit; getraind; gezond
i god form blakend van gezondheid; fit; gezond; zonder ziekte
kry blakend; fit; getraind; gezond
piggt blakend; fit; getraind; gezond pikant
rosigt blakend van gezondheid; fit; gezond; zonder ziekte rooskleurig; rozig
vid god hälsa blakend van gezondheid; fit; gezond; zonder ziekte

Verwante woorden van "fit":

  • fitheid

Wiktionary: fit


Cross Translation:
FromToVia
fit trim; form fit — in good shape
fit sund sain — Qui est de bonne constitution, qui n’a pas de tares en son organisme. Qui n’est pas altéré, qui est en bon état.