Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. geil:
  2. geilen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor geil (Nederlands) in het Zweeds

geil:

geil bijvoeglijk naamwoord

  1. geil (seksueel opgewonden; opgewonden; hitsig; heet)
    kått; upphetsad; sexuellt upphetsad; hett; tänd; upphetsat; tänt; sexuellt upphetsat

Vertaal Matrix voor geil:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hett geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden geagiteerd; gepassioneerd; hartstochtelijk; heetbloedig; levendig; stormachtig; temperamentvol; verhit; vurig; warmbloedig
kått geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden
sexuellt upphetsad geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden
sexuellt upphetsat geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden
tänd geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden aangestoken
tänt geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden aangestoken; belicht; beschenen; bijgelicht; verhelderd; verlicht
upphetsad geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden gehaast; gejaagd; gestressed; haastig; jachtig; opgefokt; opgehitst
upphetsat geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden gehaast; gejaagd; gestressed; haastig; jachtig; opgefokt; opgehitst

Verwante woorden van "geil":

  • geilheid, geiler, geilere, geilst, geilste, geile

Wiktionary: geil


Cross Translation:
FromToVia
geil kåt; tänd horny — sexually aroused
geil upphetsande horny — sexually arousing
geil het hot — slang: physically very attractive
geil kåt geilerregt, sexuell fordernd, jemanden sexuell attraktiv findend

geil vorm van geilen:

geilen werkwoord (geil, geilt, geilde, geilden, gegeild)

  1. geilen
    åtrå; ha begär till
    • åtrå werkwoord (åtrår, åtrådde, åtrått)
    • ha begär till werkwoord (har begär till, hade begär till, haft begär till)

Conjugations for geilen:

o.t.t.
  1. geil
  2. geilt
  3. geilt
  4. geilen
  5. geilen
  6. geilen
o.v.t.
  1. geilde
  2. geilde
  3. geilde
  4. geilden
  5. geilden
  6. geilden
v.t.t.
  1. heb gegeild
  2. hebt gegeild
  3. heeft gegeild
  4. hebben gegeild
  5. hebben gegeild
  6. hebben gegeild
v.v.t.
  1. had gegeild
  2. had gegeild
  3. had gegeild
  4. hadden gegeild
  5. hadden gegeild
  6. hadden gegeild
o.t.t.t.
  1. zal geilen
  2. zult geilen
  3. zal geilen
  4. zullen geilen
  5. zullen geilen
  6. zullen geilen
o.v.t.t.
  1. zou geilen
  2. zou geilen
  3. zou geilen
  4. zouden geilen
  5. zouden geilen
  6. zouden geilen
diversen
  1. geil!
  2. geilt!
  3. gegeild
  4. geilend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor geilen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
åtrå begeerte; hunkering
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ha begär till geilen
åtrå geilen een sterke begeerte hebben naar; hongeren naar; kwijnen; kwijnend verlangen; smachten; snakken