Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. gezamenlijk:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gezamenlijk (Nederlands) in het Zweeds

gezamenlijk:

gezamenlijk bijvoeglijk naamwoord

  1. gezamenlijk (samen; tezamen; met z'n beiden)
    tillsammans
  2. gezamenlijk (tezamen; gemeenschappelijk; met zijn allen)
    ihop; alltsammans

Vertaal Matrix voor gezamenlijk:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
alltsammans gemeenschappelijk; gezamenlijk; met zijn allen; tezamen
ihop gemeenschappelijk; gezamenlijk; met zijn allen; tezamen
tillsammans gezamenlijk; met z'n beiden; samen; tezamen onder elkaar; saam; samen

Verwante woorden van "gezamenlijk":


Wiktionary: gezamenlijk


Cross Translation:
FromToVia
gezamenlijk gemensam commun — Qui sert, qui peut servir à tout le monde ou seulement à plusieurs personnes.