Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. gleuf:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gleuf (Nederlands) in het Zweeds

gleuf:

gleuf [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de gleuf (sleuf; opening; kier)
    myntinkast; springa
  2. de gleuf (langwerpige uitholling; opening; sleuf)
    dike
    • dike [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor gleuf:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dike gleuf; langwerpige uitholling; opening; sleuf afsluitdijk; dam; dijk; geul; greppel; sloot; vaargeul
myntinkast gleuf; kier; opening; sleuf
springa gleuf; kier; opening; sleuf kiertje; kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
springa draven; hard rennen; hardlopen; hollen; pezen; rennen; sjezen; snel gaan; sprinten

Verwante woorden van "gleuf":

  • gleufje, gleufjes

Wiktionary: gleuf


Cross Translation:
FromToVia
gleuf räffling cannelure — Translations
gleuf spont rainure — mécanique|fr Petite entaille faite en long sur l’épaisseur d’une pièce mécanique, pour y assembler une autre pièce, ou pour servir à une coulisse.
gleuf fåra; dagsverke; fält; spår; rynka sillontranchée que le soc, le coutre de la charrue ouvre dans la terre qu’on laboure.