Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. globaal:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor globaal (Nederlands) in het Zweeds

globaal:

globaal bijvoeglijk naamwoord

  1. globaal (in grote lijnen)
    grov; allmänt; grovt; simpel; simpelt
  2. globaal (over het geheel; algemeen; generaal)
    generell; allmänt; på det hela taget
  3. globaal
    global
    • global bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor globaal:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
global globaal mondiaal; wereldwijd
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
allmänt G; General
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
allmänt algemeen; generaal; globaal; in grote lijnen; over het geheel courant; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gewoon; meestens; normaal; overwegend
generell algemeen; generaal; globaal; over het geheel
grov globaal; in grote lijnen banaal; grof; laag-bij-de-grond; lomp; niet glad; ongelikt; plat; platvloers; ruw; schunnig; triviaal; vunzig
grovt globaal; in grote lijnen banaal; grof; hard; hardhandig; laag-bij-de-grond; lomp; niet glad; ongelikt; onzacht; plat; platvloers; ruige; ruw; schofterig; schunnig; triviaal; vunzig
på det hela taget algemeen; generaal; globaal; over het geheel
simpel globaal; in grote lijnen
simpelt globaal; in grote lijnen

Verwante woorden van "globaal":

  • globale

Wiktionary: globaal


Cross Translation:
FromToVia
globaal övergripande overall — all-encompassing