Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. ingooi:
  2. ingooien:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ingooi (Nederlands) in het Zweeds

ingooi:

ingooi [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de ingooi (inworp)
    inkast
    • inkast [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor ingooi:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
inkast ingooi; inworp

Wiktionary: ingooi


Cross Translation:
FromToVia
ingooi inkast throw-in — throw of the ball back into play

ingooien:

ingooien werkwoord (gooi in, gooit in, gooide in, gooiden in, ingegooid)

  1. ingooien
    slänga in
    • slänga in werkwoord (slänger in, slängde in, slängt in)

Conjugations for ingooien:

o.t.t.
  1. gooi in
  2. gooit in
  3. gooit in
  4. gooien in
  5. gooien in
  6. gooien in
o.v.t.
  1. gooide in
  2. gooide in
  3. gooide in
  4. gooiden in
  5. gooiden in
  6. gooiden in
v.t.t.
  1. heb ingegooid
  2. hebt ingegooid
  3. heeft ingegooid
  4. hebben ingegooid
  5. hebben ingegooid
  6. hebben ingegooid
v.v.t.
  1. had ingegooid
  2. had ingegooid
  3. had ingegooid
  4. hadden ingegooid
  5. hadden ingegooid
  6. hadden ingegooid
o.t.t.t.
  1. zal ingooien
  2. zult ingooien
  3. zal ingooien
  4. zullen ingooien
  5. zullen ingooien
  6. zullen ingooien
o.v.t.t.
  1. zou ingooien
  2. zou ingooien
  3. zou ingooien
  4. zouden ingooien
  5. zouden ingooien
  6. zouden ingooien
diversen
  1. gooi in!
  2. gooit in!
  3. ingegooid
  4. ingooiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor ingooien:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
slänga in ingooien