Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. karn:
  2. karnen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor karn (Nederlands) in het Zweeds

karn:

karn [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de karn (botervat)
    smörkärna

Vertaal Matrix voor karn:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
smörkärna botervat; karn

Verwante woorden van "karn":


Wiktionary: karn


Cross Translation:
FromToVia
karn kärna churn — vessel for churning

karnen:

karnen werkwoord (karn, karnt, karnde, karnden, gekarnd)

  1. karnen
    kärna smör
    • kärna smör werkwoord (kärnar smör, kärnade smör, kärnat smör)

Conjugations for karnen:

o.t.t.
  1. karn
  2. karnt
  3. karnt
  4. karnen
  5. karnen
  6. karnen
o.v.t.
  1. karnde
  2. karnde
  3. karnde
  4. karnden
  5. karnden
  6. karnden
v.t.t.
  1. heb gekarnd
  2. hebt gekarnd
  3. heeft gekarnd
  4. hebben gekarnd
  5. hebben gekarnd
  6. hebben gekarnd
v.v.t.
  1. had gekarnd
  2. had gekarnd
  3. had gekarnd
  4. hadden gekarnd
  5. hadden gekarnd
  6. hadden gekarnd
o.t.t.t.
  1. zal karnen
  2. zult karnen
  3. zal karnen
  4. zullen karnen
  5. zullen karnen
  6. zullen karnen
o.v.t.t.
  1. zou karnen
  2. zou karnen
  3. zou karnen
  4. zouden karnen
  5. zouden karnen
  6. zouden karnen
en verder
  1. is gekarnd
diversen
  1. karn!
  2. karnt!
  3. gekarnd
  4. karnend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor karnen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kärna smör karnen

Verwante woorden van "karnen":


Wiktionary: karnen


Cross Translation:
FromToVia
karnen kärna churn — agitate rapidly
karnen kärna buttern — Rahm zu Butter verarbeiten